Donderdag 6 mei 2010.
Uitstekend geslapen. We lagen in een zaaltje van 6 bedden waar behalve wij een Spaans stel sliep. Hij had hetzelfde probleem met de pees van zijn voet als ik heb gehad. Peter heeft hem verbonden zodat hij in elk geval in staat is om de laatste kilometers naar Santiago te lopen. Ze hebben ons daarvoor hartelijk bedankt.
Onderweg ergens ontbeten met koffie, toast en vruchtensap. Onderweg kwamen we diverse bekenden tegen: onze drie Duitse vrienden uit Mannheim en de Canadese vrouw die de camino samen met haar dochter loopt.
Aangekomen op het grote plein voor de kathedraal van Santiago liepen we Antonio tegen het lijf. Een Spanjaard met wie we in O Cebreiro hebben gedineerd. Antonio wees ons waar het Oficina di Perigrinos is. Dat is het kantoor waar je je aan kan melden als de camino hebt gelopen. Ze kijken dan naar je stempels (overal waar je komt kan je je pelgrimspaspoort laten afstempelen) en registreren je. Vervolgens krijg je je compostela. De brief die bewijst dat je de pelgrimstocht hebt afgelegd.
Na deze formaliteiten zijn we naar het hotel gegaan. De vriend van Anke, Peter zijn zus, wist nog een ´aardig hotelletje´ in Santiago en had vast een kamer voor ons gereserveerd. Dat aardige hotelletje blijkt het paradores hotel 'Hostal Dos Reis Catolicos' te zijn, het voormalige koninklijke pelgrimshospitaal uit 1499 dat aan het grote plein schuine tegenover de kathedraal ligt. Het is nu een schitterend hotel met vier binnentuinen geheel ingericht met antiek en met olieverfschilderijen aan de muren. Volgens de website van het hotel is het waarschijnlijk het oudste nog bestaande hotel ter wereld. Een groter contrast met de herbergen waar we de afgelopen weken hebben verbleven is ook niet mogelijk. Decadent maar wel heerlijk al die luxe na twee weken erg basic te hebben geleefd.
Zoals de traditie vereist, zijn we om 18.00 naar de mis geweest in de kathedraal. Het leuke is dat je daar iedereen tegenkomt - gelovig of niet - die je in de weken daarvoor hebt leren kennen.
Na de mis wat gedronken met de vier Spaanse mannen uit Santander. Daarna hebben Peter en ik een tapasbar opgezocht. Binnen no time zaten we daar met een stuk of 8 andere peregrinos die we hebben leren kennen. Spanjaarden, een Italiaan, Duitsers en zelfs een Nederlander. Beregezellig. We zijn een beetje van bar naar bar geboemeld en hebben behalve wat wijn gedronken (nou ja, wat wijn...) ook de nodige tapas gegeten. Santiago bruist echt ´s-avonds. Rond 12.00 na een geslaagde avond zeer voldaan naar ons paleis teruggegaan.
vrijdag 7 mei 2010
Van Melide naar Santa Irene
Woensdag 5 mei 2010.
We hadden even geen toegang tot internet dus de blog loopt wat achter.
Gisteravond (4 mei) inderdaad gegeten bij Ezequiel. De in Spanje zeer bekende pulperia. Pulpa, octopus, is niet echt ons ding maar de andere specialiteiten en de witte wijn waren heerlijk.
Bij Ezequiel zit je aan lange houten tafels samen met andere gasten. De vier Spaanse mannen die we constant tegenkomen waren er ook. Volgens één van hen is eten bij Ezequiel net zo´n verplichting voor peregrinos als het bezoeken van de mis in de kathedraal van Santiago.
Vanmorgen om 7.30 uit het hotel vertrokken. Onderweg ontbeten en gelunched. Er lekker trouwens, een bocadillo con una tortilla Frances y bacon, ofwel een broodje (half stokbrood) met omelet en bacon.
Rond 16.00 uur gearriveerd bij de gemeentelijke herberg van Santa Irene. De boiler was leeg dus ik moest het doen met koud water. Peter had nog wel warm water. Blijkbaar het laatste restje.
Ongewassen gaan eten: een goede biefstuk met een fles Rioja Crianza erbij.
Morgen de laatste 23 km naar Santiago.
We hadden even geen toegang tot internet dus de blog loopt wat achter.
Gisteravond (4 mei) inderdaad gegeten bij Ezequiel. De in Spanje zeer bekende pulperia. Pulpa, octopus, is niet echt ons ding maar de andere specialiteiten en de witte wijn waren heerlijk.
Bij Ezequiel zit je aan lange houten tafels samen met andere gasten. De vier Spaanse mannen die we constant tegenkomen waren er ook. Volgens één van hen is eten bij Ezequiel net zo´n verplichting voor peregrinos als het bezoeken van de mis in de kathedraal van Santiago.
Vanmorgen om 7.30 uit het hotel vertrokken. Onderweg ontbeten en gelunched. Er lekker trouwens, een bocadillo con una tortilla Frances y bacon, ofwel een broodje (half stokbrood) met omelet en bacon.
Rond 16.00 uur gearriveerd bij de gemeentelijke herberg van Santa Irene. De boiler was leeg dus ik moest het doen met koud water. Peter had nog wel warm water. Blijkbaar het laatste restje.
Ongewassen gaan eten: een goede biefstuk met een fles Rioja Crianza erbij.
Morgen de laatste 23 km naar Santiago.
dinsdag 4 mei 2010
Van Gonzar naar Melide
Dinsdag 4 mei 2010.
Goed geslapen in de gemeentelijke albergue van Gonzar. We sliepen op een zaal met zo´n twintig anderen dus de voorronden voor het WK snurken waren in volle gang. We kwamen ook hier weer bekenden tegen. Een paar Duitsers en een Spaanse moeder met zoon en dochter met wie we in Sarria aan de orujo hebben gezeten. Dat schept duidelijk een band want zodra ze mij zag riep ze enthousiast ´Marco que tal?´, ook vroeg ze waar ´Pedro´ was.
Vanmorgen om even voor 7.00 opgestaan en om 7.30 op pad.
Het ritueel is doorgaans als volgt. Op een zeker moment staat iemand op en begint in het schijnsel van zijn zaklamp of GSM zijn spulletjes bij elkaar te zoeken. Daar word je wakker van. Je blijft nog even liggen om de anderen niet voor de voeten te lopen en als je denkt dat je redelijk je spullen kunt inpakken sta je zelf op. je trekt je shirt en je broek aan (douchen heb je de avond ervoor al gedaan). Vervolgens rol je je slaapzak op en propt hem in zijn hoes. Je slaapzak en je kussensloop stop je in je rugzak. Daarna ga je naar toilet en poets je je tanden. Op de terugweg haal je je schoenen uit het schoenenrek dat zich om reukredenen altijd op de gang buiten de slaapruimte bevindt. Teruggekomen zoek je je overgebleven spullen bij elkaar en stop je ze in je rugzak. Je trekt je schoenen aan, doet je rugzak op en je vertrekt. Dat alles duurt 15 tot 20 minuten.
De etappe van vandaag was ongeveer 33 km lang. Het weer was koud (ca. 12 gr) met nu en dan een bui. Er stond ook een harde noordenwind. Het landschap is mooi en leuk om doorheen te lopen, het lijkt wat op Bretagne. De laatste 5 km waren wandelcorvee.
De herberg bleek wegens verbouwing gesloten te zijn dus we hebben een hotelkamer genomen. Onze Duitse vrienden uit Mannheim blijken hier ook een kamer te hebben gehuurd.
Er schijnt hier een, in Spanje, beroemde pulperia te zijn genaamd Ezequiel. Een pulperia is een visrestaurant waar je pulpa eet. Pulpa zijn stukjes octopus even gebakken in olie en met kruiden eroverheen. Het is niet hetzelfde als calamares (gepaneerde inktvisringen) of chiperones (pijlinktvisjes in knoflooksaus). Ondanks onze vermoeide benen en het frisse weer gaan we dadelijk even kijken of we die beroemde pulpa kunnen proeven.
Morgen lopen we de op één na laatste etappe naar Pedrouzo. Wederom een stuk van zo´n 33 km. Dan hebben we in drie dagen tijd toch bijna 100 km in de benen.
Goed geslapen in de gemeentelijke albergue van Gonzar. We sliepen op een zaal met zo´n twintig anderen dus de voorronden voor het WK snurken waren in volle gang. We kwamen ook hier weer bekenden tegen. Een paar Duitsers en een Spaanse moeder met zoon en dochter met wie we in Sarria aan de orujo hebben gezeten. Dat schept duidelijk een band want zodra ze mij zag riep ze enthousiast ´Marco que tal?´, ook vroeg ze waar ´Pedro´ was.
Vanmorgen om even voor 7.00 opgestaan en om 7.30 op pad.
Het ritueel is doorgaans als volgt. Op een zeker moment staat iemand op en begint in het schijnsel van zijn zaklamp of GSM zijn spulletjes bij elkaar te zoeken. Daar word je wakker van. Je blijft nog even liggen om de anderen niet voor de voeten te lopen en als je denkt dat je redelijk je spullen kunt inpakken sta je zelf op. je trekt je shirt en je broek aan (douchen heb je de avond ervoor al gedaan). Vervolgens rol je je slaapzak op en propt hem in zijn hoes. Je slaapzak en je kussensloop stop je in je rugzak. Daarna ga je naar toilet en poets je je tanden. Op de terugweg haal je je schoenen uit het schoenenrek dat zich om reukredenen altijd op de gang buiten de slaapruimte bevindt. Teruggekomen zoek je je overgebleven spullen bij elkaar en stop je ze in je rugzak. Je trekt je schoenen aan, doet je rugzak op en je vertrekt. Dat alles duurt 15 tot 20 minuten.
De etappe van vandaag was ongeveer 33 km lang. Het weer was koud (ca. 12 gr) met nu en dan een bui. Er stond ook een harde noordenwind. Het landschap is mooi en leuk om doorheen te lopen, het lijkt wat op Bretagne. De laatste 5 km waren wandelcorvee.
De herberg bleek wegens verbouwing gesloten te zijn dus we hebben een hotelkamer genomen. Onze Duitse vrienden uit Mannheim blijken hier ook een kamer te hebben gehuurd.
Er schijnt hier een, in Spanje, beroemde pulperia te zijn genaamd Ezequiel. Een pulperia is een visrestaurant waar je pulpa eet. Pulpa zijn stukjes octopus even gebakken in olie en met kruiden eroverheen. Het is niet hetzelfde als calamares (gepaneerde inktvisringen) of chiperones (pijlinktvisjes in knoflooksaus). Ondanks onze vermoeide benen en het frisse weer gaan we dadelijk even kijken of we die beroemde pulpa kunnen proeven.
Morgen lopen we de op één na laatste etappe naar Pedrouzo. Wederom een stuk van zo´n 33 km. Dan hebben we in drie dagen tijd toch bijna 100 km in de benen.
Van Sarria naar Gonzar
Maandag 3 mei 2010.
Vandaag stond de route Sarria-Portomarin op de planning. 22 km totaal. Vanmorgen om 6.00 ging de wekker bij de twee oude Duitse kamergenoten dus al vroeg wakker. Zonder hoofdpijn! Op zich is dat niet zo bijzonder ware het niet dat de herberg waar we sliepen een avondje kampvuur met gratis (en wij geloven zelfgestookte) orujo (oroego) had georganiseerd. San Marco en San Pedro hebben in allerlei talen uitgebreid gelachen en genoten van een zeer divers Spaans gezelschap. In orujo zit blijkbaar de heilige geest; ineens konden we elkaar allemaal verstaan...
Beregezellig, en lekker voldaan gaan slapen. Ook dat maakt de camino bijzonder.
Rond 7.30 op pad. Slecht weer. Koud en geregeld regen . Gelukkig verlaten de fysieke klachten ons gaande weg. Een mooie omgeving, wat minder berg- maar wel heuvelachtig. Om ongeveer 13:30 aangekomen in Portomarin en na een goede lunch besloten om wat verder te lopen.
Voor morgen staat 40 km en nu kunnen we dat beperken tot 32 door in het volgende dorpje te overnachten. Aldus vandaag 30 km gelopen. Best moe en en naar bed.
Morgen gaan San Pedro en San Marco verder; op zoek naar San Xacobeo....
Vandaag stond de route Sarria-Portomarin op de planning. 22 km totaal. Vanmorgen om 6.00 ging de wekker bij de twee oude Duitse kamergenoten dus al vroeg wakker. Zonder hoofdpijn! Op zich is dat niet zo bijzonder ware het niet dat de herberg waar we sliepen een avondje kampvuur met gratis (en wij geloven zelfgestookte) orujo (oroego) had georganiseerd. San Marco en San Pedro hebben in allerlei talen uitgebreid gelachen en genoten van een zeer divers Spaans gezelschap. In orujo zit blijkbaar de heilige geest; ineens konden we elkaar allemaal verstaan...
Beregezellig, en lekker voldaan gaan slapen. Ook dat maakt de camino bijzonder.
Rond 7.30 op pad. Slecht weer. Koud en geregeld regen . Gelukkig verlaten de fysieke klachten ons gaande weg. Een mooie omgeving, wat minder berg- maar wel heuvelachtig. Om ongeveer 13:30 aangekomen in Portomarin en na een goede lunch besloten om wat verder te lopen.
Voor morgen staat 40 km en nu kunnen we dat beperken tot 32 door in het volgende dorpje te overnachten. Aldus vandaag 30 km gelopen. Best moe en en naar bed.
Morgen gaan San Pedro en San Marco verder; op zoek naar San Xacobeo....
zondag 2 mei 2010
Van TriaCastela naar Sarria
Gisteravond eerst wat geborreld in de zon en daarna wat gegeten. Een Duitse en een ZuidAfrikaanse peligrina die we al eerder hadden ontmoet schoven aan. Aan de tafel naast ons zaten de drie (het waren er intussen vier geworden) Spaanse mannen van een jaar of 65 te eten die we ook steeds tegenkomen onderweg. De begroeting met deze mannen worden steeds hartelijker. We zijn nu in het stadium dat we worden begroet met een luidruchtig 'ola hombres' en hartelijk schoudergeklop. Dat is ook het leuke van deze tocht. De band die je krijgt met de medepeligrinos. Na de maaltijd en de nodige lokale borrels, orujo genheten, zijn we gaan slapen. Echter niet dan nadat we de vier Spaanse mannen orujos hadden aangeboden die enthousiast werden aanvaard.
Vanmorgen lekker uitgeslapen. Dat betekent hier om 6 uur opstaan... Na een ontbijt in de bar schuin tegenover onze albergue, gingen we om 7.15 lopen.
Een tocht die grotendeels over zogeheten 'correidoras' gaat. Dit zijn onverharde holle wegen die hier door het landschap lopen. Het landschap is prachtig. Heel groen. Veel eikenbossen, ruisende beekjes, kleine weilanden met vertikale leistenen als afscheiding en bloeiende heide op de heuveltoppen.
Halverwege de ochtend hebben we ergens 'cafe solo grande' gedronken met een stuk Santiagotaart (taart met amandelen). Rond 13.30 waren we in Sarria. Daar hebben we een particuliere albergue gevonden in het oude centrum. De albergue zit in een prachtig oud huis dat van een dokter is geweest. Het doet mij denken aan het huis van de dokter uit het boek 'Liefde in tijden van cholera' van Gabriel Garcia Marquez. Statig met een mooie binnenplaats. De eigenaar nodigde ons uit om vanavond bij de grote stenen schouw gratis zelfgestookte orujo te komen drinken. In het kader van ons onderzoek gaan we dat zeker doen...
Na te hebben gedouched, zijn we wat gaan een een eindje verderop. En wie zaten daar ook te eten? Onze vier Spaanse mannen. We werden nog hartelijker begroet dan hiervoor. Eén van hen, gelukkig degene die met een Engelse is getrouwd, kwam nog bij ons aan tafel zitten voor een praatje. Ze zijn al eeuwenlang vrienden en komen uit Santander. Ze lopen regelmatig met elkaar in de bergen en sinds vier jaar steeds een stuk van de camino. Ze zijn ooit begonnen aan de Franse kant van de Pyreneeën.
Het terras lag aan de camino. Terwijl wij onze chiperones (pijlinktisjes in knoflooksaus) zaten te eten kwamen er meer bekenden langslopen. Een aantal Spanjaarden maar ook onze Venezuelaanse pelegrino.
Vanmiddag hebben we rustig aangedaan om de spieren en pezen een beetje de kans te geven weer op adem te komen.
Morgen volgt ook een korte etappe waarbij wij langs het punt komen waar Santiago nog maar 100 km weg is. Er staat sinds het 150 km punt trouwens elke 500 m een betonnen paal die aangeeft hoever het nog is tot Santiago.
Vanmorgen lekker uitgeslapen. Dat betekent hier om 6 uur opstaan... Na een ontbijt in de bar schuin tegenover onze albergue, gingen we om 7.15 lopen.
Een tocht die grotendeels over zogeheten 'correidoras' gaat. Dit zijn onverharde holle wegen die hier door het landschap lopen. Het landschap is prachtig. Heel groen. Veel eikenbossen, ruisende beekjes, kleine weilanden met vertikale leistenen als afscheiding en bloeiende heide op de heuveltoppen.
Halverwege de ochtend hebben we ergens 'cafe solo grande' gedronken met een stuk Santiagotaart (taart met amandelen). Rond 13.30 waren we in Sarria. Daar hebben we een particuliere albergue gevonden in het oude centrum. De albergue zit in een prachtig oud huis dat van een dokter is geweest. Het doet mij denken aan het huis van de dokter uit het boek 'Liefde in tijden van cholera' van Gabriel Garcia Marquez. Statig met een mooie binnenplaats. De eigenaar nodigde ons uit om vanavond bij de grote stenen schouw gratis zelfgestookte orujo te komen drinken. In het kader van ons onderzoek gaan we dat zeker doen...
Na te hebben gedouched, zijn we wat gaan een een eindje verderop. En wie zaten daar ook te eten? Onze vier Spaanse mannen. We werden nog hartelijker begroet dan hiervoor. Eén van hen, gelukkig degene die met een Engelse is getrouwd, kwam nog bij ons aan tafel zitten voor een praatje. Ze zijn al eeuwenlang vrienden en komen uit Santander. Ze lopen regelmatig met elkaar in de bergen en sinds vier jaar steeds een stuk van de camino. Ze zijn ooit begonnen aan de Franse kant van de Pyreneeën.
Het terras lag aan de camino. Terwijl wij onze chiperones (pijlinktisjes in knoflooksaus) zaten te eten kwamen er meer bekenden langslopen. Een aantal Spanjaarden maar ook onze Venezuelaanse pelegrino.
Vanmiddag hebben we rustig aangedaan om de spieren en pezen een beetje de kans te geven weer op adem te komen.
Morgen volgt ook een korte etappe waarbij wij langs het punt komen waar Santiago nog maar 100 km weg is. Er staat sinds het 150 km punt trouwens elke 500 m een betonnen paal die aangeeft hoever het nog is tot Santiago.
zaterdag 1 mei 2010
Van O Cebreiro naar Triacastela
Zaterdag 1 mei 2010.
Vannacht was het erg onrustig op de grote slaapzaal. Om 0.00 uur klom er nog en half dronken Spanjaard door de ramen naar binnen. Na enig getik op de ruit deden zijn maatjes graag voor hem open. Het was warm. Een poging om een raampje open te zetten werd direct teniet gedaan door een koreaanse. Vriendelijk gniffelend naar iedereen deed ze met een heel charmant hoofd knikje elk net geopend raam weer snel dicht. Toen de half dronken luidruchtige Spaanse peregrino uiteindelijk sliep konden wij ook slapen. En jawel, om 6.00 stapten de eerste pelgrims weer uit bed. Dus ook maar op. De route van vandaag heeft als naam "de Poorten van de hemel". De hemel zat vandaag in een dikke koude wolk. Voor het eerst met regenpak op pad gevolgd door twee duitse dames die in de mist niet graag alleen de route wilden volgen. Na eerst nog een pittig stukje klimmen ging het geleidelijk omlaag.
Zo langzamerhand trok de bewolking weg en verscheen er zo nu en dan een zonnetje. Inderdaad, een schitterend gebied. Vol groen, paarse hei, bloesem. We hebben rustig gelopen.
De bestemming Triacastela is een leuk klein plaatsje en vandaag hebben we een mooie kleine particuliere herberg. We slapen op een kamer met twee oude duitse dames. Die kunnen nooit zoveel lawaai maken als 45 peregrinos in één grote zaal. Althans, daar gaan we vanuit.
Overgigens is dit een belangrijke dag want mijn schoonmoeder, Ria de Lange, is jarig. 70 jaar! Ma, van harte en hiep hiep hoera!! Jullie zijn van harte uitgenodigd haar te feliciteren. delangera@zeelandnet.nl
Vannacht was het erg onrustig op de grote slaapzaal. Om 0.00 uur klom er nog en half dronken Spanjaard door de ramen naar binnen. Na enig getik op de ruit deden zijn maatjes graag voor hem open. Het was warm. Een poging om een raampje open te zetten werd direct teniet gedaan door een koreaanse. Vriendelijk gniffelend naar iedereen deed ze met een heel charmant hoofd knikje elk net geopend raam weer snel dicht. Toen de half dronken luidruchtige Spaanse peregrino uiteindelijk sliep konden wij ook slapen. En jawel, om 6.00 stapten de eerste pelgrims weer uit bed. Dus ook maar op. De route van vandaag heeft als naam "de Poorten van de hemel". De hemel zat vandaag in een dikke koude wolk. Voor het eerst met regenpak op pad gevolgd door twee duitse dames die in de mist niet graag alleen de route wilden volgen. Na eerst nog een pittig stukje klimmen ging het geleidelijk omlaag.
Zo langzamerhand trok de bewolking weg en verscheen er zo nu en dan een zonnetje. Inderdaad, een schitterend gebied. Vol groen, paarse hei, bloesem. We hebben rustig gelopen.
De bestemming Triacastela is een leuk klein plaatsje en vandaag hebben we een mooie kleine particuliere herberg. We slapen op een kamer met twee oude duitse dames. Die kunnen nooit zoveel lawaai maken als 45 peregrinos in één grote zaal. Althans, daar gaan we vanuit.
Overgigens is dit een belangrijke dag want mijn schoonmoeder, Ria de Lange, is jarig. 70 jaar! Ma, van harte en hiep hiep hoera!! Jullie zijn van harte uitgenodigd haar te feliciteren. delangera@zeelandnet.nl
vrijdag 30 april 2010
Van Villafranca naar O Cebreiro
Vanmorgen werden we om 5.30 wakker van onze Spaanse kamergenoten die opstonden. Zodra iedereen rond 6.15 weg was, zijn wij opgestaan en hebben we onze spullen gepakt. Om 7.00 zijn we vertrokken uit de albergue van Villafranca.
De eerste 20 km waren vrij vlak. We zijn nog ergens gestopt voor koffie met een croissant. Vlak voor we gingen klimmen, hebben we nog ergens wat gedronken. Daar zat een Duitse vrouw die bang was dat ze de nogal steile klim niet alleen zou halen. Ze vroeg of ze met ons mee mocht lopen. Dat is trouwens heel gewoon. Onderweg leer je steeds meer pelegrinos kennen en regelmatig loop je met elkaar een stukje op. Ook als ergens iets eet of drinkt, stapt er altijd wel een 'bekende' binnen met wie je dan een praatje maakt.
Het eerste deel van de klim was zwaar. 5 km voor de top hebben we uitgebreid gegeten. Je merkt dat echt veel moet eten, omdat je veel meer verbrandt dan normaal.
Na de maaltijd hebben we de laatste 5 km naar boven gelopen. Ook een zware klim, maar met genoeg brandstof was het goed te doen.
Rond 15.00 waren we boven in O Cebreiro op 1300 m. Het is hier vrij koud, ca 10 gr en mistig.
We slapen in de lokale albergue op een slaapzaal.
Ik heb last van een pees aan de voorkant van mijn linkervoet. Het is daar behoorlijk opgezollen. Straks maar koelen met ijs.
De eerste 20 km waren vrij vlak. We zijn nog ergens gestopt voor koffie met een croissant. Vlak voor we gingen klimmen, hebben we nog ergens wat gedronken. Daar zat een Duitse vrouw die bang was dat ze de nogal steile klim niet alleen zou halen. Ze vroeg of ze met ons mee mocht lopen. Dat is trouwens heel gewoon. Onderweg leer je steeds meer pelegrinos kennen en regelmatig loop je met elkaar een stukje op. Ook als ergens iets eet of drinkt, stapt er altijd wel een 'bekende' binnen met wie je dan een praatje maakt.
Het eerste deel van de klim was zwaar. 5 km voor de top hebben we uitgebreid gegeten. Je merkt dat echt veel moet eten, omdat je veel meer verbrandt dan normaal.
Na de maaltijd hebben we de laatste 5 km naar boven gelopen. Ook een zware klim, maar met genoeg brandstof was het goed te doen.
Rond 15.00 waren we boven in O Cebreiro op 1300 m. Het is hier vrij koud, ca 10 gr en mistig.
We slapen in de lokale albergue op een slaapzaal.
Ik heb last van een pees aan de voorkant van mijn linkervoet. Het is daar behoorlijk opgezollen. Straks maar koelen met ijs.
donderdag 29 april 2010
Van Ponferrada naar Villafranca del Bierzo
Vannacht was het een onrustige nacht. Het was warm, nauwelijks ventilatie en ik (Peter) had koorts. Onrustig geslapen, veel wakker en onrustige dromen, last van mijn maag. Was het de zon of toch een bacterie?
Vanmorgen toch maar de schoenen aangetrokken vanuit de gedachte dat elk dorp verder een dorp dichterbij Santiago is. Het was gelukkig lekker koel en geregeld wat bewolkt. In de loop van de dag ben ik langzaam weer wat opgeknapt. Het leuke is wel dat de pijntjes van de eerste dagen bij zowel Marc als mij er nagenoeg niet meer zijn. De blaren trekken weg. De route is redelijk vlak. Er zijn wel wat klimmetjes maar die zijn kort. De omgeving is minder bijzonder dan gisteren maar zeker mooi. We lopen voor een groot deel door de druivenvelden.
Op zich zijn we blij dat we de "grote" drukke stad achter ons mogen laten. We doen het vandaag rustig aan. In ieder geval ontbeten, na een uur of 2 een kopje koffie met een broodje in een dorpje Fuentas Nuevas.
Het leuke is dat je ook hier weer de peregrinos ziet die we al geregeld tegen zijn gekomen. Daarna ook rond de middag uitgebreid geluncht. Ik nog wat voorzichtig maar Marc niet gehinderd door buikklachten at z´n bordje (of liever gezegd bord) geheel leeg. Daarna weer verder door de mooie velden en door enkele leuke kleine dorpjes.
In een gehucht, Piros, kochten we wat water bij een in elkaar geknutseld barretje. De man achter de bar bleek goed Nederlands te spreken. Hij was er vaak geweest en had enkele jaren in de koffieshop in Nijmegen gewerkt. Ondanks dat kwam hij helder over. Grappig, zo´n ontmoeting. Hij vertelde ons dat in de zomer de Pelgrims buiten moeten slapen omdat de herbergen vol zitten. Wij blij dat we nu lopen.
Uiteindelijk in Villefranca del Bierzo ingecheckt in de lokale gemeentelijke albergue. Ruime kamers, wel met 8 personen. Nu (17.00 uur) voel ik me gelukkig een stuk beter. Ik krijg ook weer zin in eten. Straks lopen we het dorp in. Het moet bijzonder zijn want voor de kreupelen en zieken was dit dorp vroeger een plaats waar men dezelfde aflaat en gunsten kreeg als in santiago. Aldus was het voor hen hetzelfde als Santiago bereiken. Straks lopen door de poort der vergiffenis. We moeten nog even afstemmen wie het eerst moet....
Morgen wordt lang met een steile klim op het eind. Met het bekende credo "we zien we¨" gaan we ook deze dag weer in.
Vanmorgen toch maar de schoenen aangetrokken vanuit de gedachte dat elk dorp verder een dorp dichterbij Santiago is. Het was gelukkig lekker koel en geregeld wat bewolkt. In de loop van de dag ben ik langzaam weer wat opgeknapt. Het leuke is wel dat de pijntjes van de eerste dagen bij zowel Marc als mij er nagenoeg niet meer zijn. De blaren trekken weg. De route is redelijk vlak. Er zijn wel wat klimmetjes maar die zijn kort. De omgeving is minder bijzonder dan gisteren maar zeker mooi. We lopen voor een groot deel door de druivenvelden.
Op zich zijn we blij dat we de "grote" drukke stad achter ons mogen laten. We doen het vandaag rustig aan. In ieder geval ontbeten, na een uur of 2 een kopje koffie met een broodje in een dorpje Fuentas Nuevas.
Het leuke is dat je ook hier weer de peregrinos ziet die we al geregeld tegen zijn gekomen. Daarna ook rond de middag uitgebreid geluncht. Ik nog wat voorzichtig maar Marc niet gehinderd door buikklachten at z´n bordje (of liever gezegd bord) geheel leeg. Daarna weer verder door de mooie velden en door enkele leuke kleine dorpjes.
In een gehucht, Piros, kochten we wat water bij een in elkaar geknutseld barretje. De man achter de bar bleek goed Nederlands te spreken. Hij was er vaak geweest en had enkele jaren in de koffieshop in Nijmegen gewerkt. Ondanks dat kwam hij helder over. Grappig, zo´n ontmoeting. Hij vertelde ons dat in de zomer de Pelgrims buiten moeten slapen omdat de herbergen vol zitten. Wij blij dat we nu lopen.
Uiteindelijk in Villefranca del Bierzo ingecheckt in de lokale gemeentelijke albergue. Ruime kamers, wel met 8 personen. Nu (17.00 uur) voel ik me gelukkig een stuk beter. Ik krijg ook weer zin in eten. Straks lopen we het dorp in. Het moet bijzonder zijn want voor de kreupelen en zieken was dit dorp vroeger een plaats waar men dezelfde aflaat en gunsten kreeg als in santiago. Aldus was het voor hen hetzelfde als Santiago bereiken. Straks lopen door de poort der vergiffenis. We moeten nog even afstemmen wie het eerst moet....
Morgen wordt lang met een steile klim op het eind. Met het bekende credo "we zien we¨" gaan we ook deze dag weer in.
woensdag 28 april 2010
Van Rabanal del Camino naar Ponferrada
Vanmorgen werden we rond 4:45 wakker van een groep Fransen (leeftijd 60+) die bezig was zich voor te bereiden voor de dag: ontbijt maken, douchen, luidop praten met elkaar etc.
Peter en ik kwamen rond 5:30 tot de conclusie dat verder in bed blijven geen zin had. We besloten daarom om ook op te staan. Om 5:55 stonden wij bepakt en bezakt buiten. Het was nog donker (de zon gaat hier op het moment rond 6:45 op). In het licht van de volle maan zijn wij op pad gegaan. Soms was het wel wat zoeken en uitkijken op de schemrige bergpaden. Voordeel was wel dat het nog lekker fris was.
Na iets meer dan een uur kwamen wij in het volgende dorpje aan. Daar kwamen net de eerste perigrinos uit de albergues om ook aan de tocht te beginnen.
We hebben genoten van een prachtige zonsopkomst in de bergen.
Toen we rond 7:15 bij het Cruz de Hierro waren, met 1500 m het hoogste punt van de tocht, hebben we daar beiden een steentje achtergelaten dat we van thuis hadden meegenomen. Zo hoort het volgens de traditie en wie zijn wij om ons daar niet aan te houden.
Nu is er niet één maar zijn er twee toppen vlakbij elkaar waar je overheen moet. In het dal daartussen hoorden wij opeens Gregoriaans gezang. Blijkt daar een stel oude hippies ook een regufio te zijn begonnen. De stroom komt van zonnecellen en van de accu van een oude Landrover. De sfeer is er erg relaxed. Je kan er koffie, water of vruchtensap pakken en dan mag je bij een collectebus bij de ingang geven wat je er voor over hebt.
Na de tweede top volgde de afdaling naar 500 m. Dat was vaak erg steil. De paden waren soms slecht met veel losliggende stenen. We hoorden hier in de albergue dat er vandaag een Nederlandse vrouw ernstig is gevallen. We hebben zelf voorzichtig aan gedaan.
Het landschap is schitterend: groene weiden met vee, afgewisseld met eikenbossen en velden met bloemen. En steeds de besneeuwde toppen van de Montes de Leon dichtbij op de achtergrond.
In El Acebo, het eerste plaatsje in de afdaling, kwamen we aan rond 10:30. We zijn daar gestopt voor een laat ontbijt: een half stokbrood met daarop een Spaanse omelet (gigantisch ding met aardappels erin). Na de veldvlessen te hebben gevuld bij de dorpspomp zijn we verder gaan afdalen.
Tijdens de afdaling kwamen we door een schitterende onbewoonde vallei. het groen was jong en fris van het voorjaar. verder stond alles in bloei: witte brem, heide, lavendel, thijm, gele brem, paardebloemen, boterbloemen en nog veel bloemen waarvan wij de naam niet kennen. De lucht was zoet van de bloemenlucht.
In Molinaseca aan het einde van de afdaling hebben we in op een terras aan een riviertje bij een oude Romeinse brug iets gedronken. Schoenen en sokken uit en lekker even met de voeten omhoog. Dat was rond 12:30. We waren de bergen over voordat het echt heet werd.
Na ruim drie kwarties besloten we verder te lopen. Dat was een duidelijk voorbeeld van wandelcorvee: 8 km langs een weg zonder schaduw en een temperatuur van 28 graden: afzien!
Rond 15:15 waren we eindelijk bij de albergue van Ponferrada. Peter had het het laatste stuk zwaar net als ik twee dagen eerder op het laatste stuk naar Astorga.
De albergue van Ponferrada is eigendom van de parochie. Het is een zogenaamde donativo. Dat houdt in dat je mag geven wat je kan en wilt missen.
Nadat we ons hadden gedouched zijn we even de stad in gegaan. Als snel kwamen we tot de conclusie dat we de Spaanse dinertijd (vanaf 21:00 op zijn vroegst) niet zouden halen. We hebben dan ook maar twee blikken ravioli en een blik gehaktballetjes gekocht om met name de koolhydraten aan te vullen. In elke albergue is een keuken waar je zelf eten kan klaarmaken mits je ook je eigen rommel opruimt.
Peter heeft niet veel gegeten is vroeg op bed gaan liggen. Hij voelt zich niet erg lekker. Hopelijk knapt hij op van een goede nachtrust. als hij zich morgen beter voelt hebben we morgen een vrij vlakke etappe voor de boeg door de wijnvelden. Zelf ben ik na ruim negen uur lopen (38 km!) door de bergen trouwens ook wel toe aan wat rust.
Peter en ik kwamen rond 5:30 tot de conclusie dat verder in bed blijven geen zin had. We besloten daarom om ook op te staan. Om 5:55 stonden wij bepakt en bezakt buiten. Het was nog donker (de zon gaat hier op het moment rond 6:45 op). In het licht van de volle maan zijn wij op pad gegaan. Soms was het wel wat zoeken en uitkijken op de schemrige bergpaden. Voordeel was wel dat het nog lekker fris was.
Na iets meer dan een uur kwamen wij in het volgende dorpje aan. Daar kwamen net de eerste perigrinos uit de albergues om ook aan de tocht te beginnen.
We hebben genoten van een prachtige zonsopkomst in de bergen.
Toen we rond 7:15 bij het Cruz de Hierro waren, met 1500 m het hoogste punt van de tocht, hebben we daar beiden een steentje achtergelaten dat we van thuis hadden meegenomen. Zo hoort het volgens de traditie en wie zijn wij om ons daar niet aan te houden.
Nu is er niet één maar zijn er twee toppen vlakbij elkaar waar je overheen moet. In het dal daartussen hoorden wij opeens Gregoriaans gezang. Blijkt daar een stel oude hippies ook een regufio te zijn begonnen. De stroom komt van zonnecellen en van de accu van een oude Landrover. De sfeer is er erg relaxed. Je kan er koffie, water of vruchtensap pakken en dan mag je bij een collectebus bij de ingang geven wat je er voor over hebt.
Na de tweede top volgde de afdaling naar 500 m. Dat was vaak erg steil. De paden waren soms slecht met veel losliggende stenen. We hoorden hier in de albergue dat er vandaag een Nederlandse vrouw ernstig is gevallen. We hebben zelf voorzichtig aan gedaan.
Het landschap is schitterend: groene weiden met vee, afgewisseld met eikenbossen en velden met bloemen. En steeds de besneeuwde toppen van de Montes de Leon dichtbij op de achtergrond.
In El Acebo, het eerste plaatsje in de afdaling, kwamen we aan rond 10:30. We zijn daar gestopt voor een laat ontbijt: een half stokbrood met daarop een Spaanse omelet (gigantisch ding met aardappels erin). Na de veldvlessen te hebben gevuld bij de dorpspomp zijn we verder gaan afdalen.
Tijdens de afdaling kwamen we door een schitterende onbewoonde vallei. het groen was jong en fris van het voorjaar. verder stond alles in bloei: witte brem, heide, lavendel, thijm, gele brem, paardebloemen, boterbloemen en nog veel bloemen waarvan wij de naam niet kennen. De lucht was zoet van de bloemenlucht.
In Molinaseca aan het einde van de afdaling hebben we in op een terras aan een riviertje bij een oude Romeinse brug iets gedronken. Schoenen en sokken uit en lekker even met de voeten omhoog. Dat was rond 12:30. We waren de bergen over voordat het echt heet werd.
Na ruim drie kwarties besloten we verder te lopen. Dat was een duidelijk voorbeeld van wandelcorvee: 8 km langs een weg zonder schaduw en een temperatuur van 28 graden: afzien!
Rond 15:15 waren we eindelijk bij de albergue van Ponferrada. Peter had het het laatste stuk zwaar net als ik twee dagen eerder op het laatste stuk naar Astorga.
De albergue van Ponferrada is eigendom van de parochie. Het is een zogenaamde donativo. Dat houdt in dat je mag geven wat je kan en wilt missen.
Nadat we ons hadden gedouched zijn we even de stad in gegaan. Als snel kwamen we tot de conclusie dat we de Spaanse dinertijd (vanaf 21:00 op zijn vroegst) niet zouden halen. We hebben dan ook maar twee blikken ravioli en een blik gehaktballetjes gekocht om met name de koolhydraten aan te vullen. In elke albergue is een keuken waar je zelf eten kan klaarmaken mits je ook je eigen rommel opruimt.
Peter heeft niet veel gegeten is vroeg op bed gaan liggen. Hij voelt zich niet erg lekker. Hopelijk knapt hij op van een goede nachtrust. als hij zich morgen beter voelt hebben we morgen een vrij vlakke etappe voor de boeg door de wijnvelden. Zelf ben ik na ruim negen uur lopen (38 km!) door de bergen trouwens ook wel toe aan wat rust.
dinsdag 27 april 2010
Van Astorga naar Rabanal del Camino
Afgelopen nacht ging het licht om 22.30 uit. Iedereen behoort dan op bed te liggen. Dus braaf om 22.20 in bed. Het was een onrustige nacht. Zo veel van die stinkende peregrinos op een zaal op nog geen meter van elkaar af in stapelbedjes kunnen veel lwaai maken. Het ongeluk trof ons¨de wereldkampioen snurken en een slijn opgevende COPD patient lagen op enkel bedjes afstand. Gelukkig toch snel in slaap gevallen door de vermoeidheid. Wel geregeld wakker geweest.
Om 5.30 wakker: de eerste peregrinos vonden het tijd. Om 6.30 zijn wij opgestaan en om 7.15 in de ochtendschemer op pad. Heerlijk koel. Helaas wel wat last van enkele blaren. De tocht van vandaag was gelukkig niet zo lang.
Na een uurtje hebben wij in een pitoresk spaans dorpje een goed ontbijt genuttigd met oa verse jus. Zalig.
De omgeving wordt steeds mooier. De besneeuwde toppen van de bergen van de streek Leon komen dichterbij en zijn nu goed zichtbaar. Gestaag ging de weg omhoog. Aan de vegetatie is goed te zien dat we wat hoger komen. De lente komt hier zelfs nog later dan in Nederland. De temperatuur neemt toe naar een graad of 25. Het zonnetje begint in kracht toe te nemen en heeft vrij spel. De laaste paar kilometer naar Rabanal del Camino is het steil omhoog. Gisteren hebben we zorgvuldig een herberg uitgekozen die toch iets meer privacy geeft. Een 4 persoonskamer. Om 12.00 kwamen we aan en hebben we besloten de voeten even wat rust te geven voor de zware etappe morgen. De blaren doorgeprikt, de was gedaan, in het zonnetje gelegen en wat gegeten en gedronken. Op naar morgen.
Om 5.30 wakker: de eerste peregrinos vonden het tijd. Om 6.30 zijn wij opgestaan en om 7.15 in de ochtendschemer op pad. Heerlijk koel. Helaas wel wat last van enkele blaren. De tocht van vandaag was gelukkig niet zo lang.
Na een uurtje hebben wij in een pitoresk spaans dorpje een goed ontbijt genuttigd met oa verse jus. Zalig.
De omgeving wordt steeds mooier. De besneeuwde toppen van de bergen van de streek Leon komen dichterbij en zijn nu goed zichtbaar. Gestaag ging de weg omhoog. Aan de vegetatie is goed te zien dat we wat hoger komen. De lente komt hier zelfs nog later dan in Nederland. De temperatuur neemt toe naar een graad of 25. Het zonnetje begint in kracht toe te nemen en heeft vrij spel. De laaste paar kilometer naar Rabanal del Camino is het steil omhoog. Gisteren hebben we zorgvuldig een herberg uitgekozen die toch iets meer privacy geeft. Een 4 persoonskamer. Om 12.00 kwamen we aan en hebben we besloten de voeten even wat rust te geven voor de zware etappe morgen. De blaren doorgeprikt, de was gedaan, in het zonnetje gelegen en wat gegeten en gedronken. Op naar morgen.
maandag 26 april 2010
Van Villar de Mazarife naar Astorga
Astorga, maandag 26 april 2010
Vandaag een lang stuk gelopen. Ca. 35 km. Het eerste stuk was wat Joyce Roodnat (wandelverslaggeefster NRC) wandelcorvee noemt: een lange rechte weg over de Paramo. Zo noemen ze de hoogvlakte hier.
Bij elk dorp staat een zonne-energie centrale die het dorp voorziet van elekriciteit.
Na de oude Romeinse brug bij Puente y Hopital de Orbigo werd het landschap interessanter. Nadat we nog wat hadden gegeten in de zeer basic dorpsbar van Santibanez gingen we de heuvels in. Een prachtig gebied van eikenbossen afgewisseld met groene velden. We kwamen ook nog een schaapsherder tegen met kudde en honden.
Het was behoorlijk warm in de heuvels en er waren soms steile stukken. We waren dan ook blij dat we aan het einde van de heuvels een stalletje zagen staan met fruit, vruchtensappen, gedroogde vruchten, koekjes en dergelijke. Alles gratis, met een bordje erbij dat je wat kan geven als je dat wilt.
Vlak daarna kwamen we bij een kruisbeeld. Van daar zagen we Asterga al liggen en hadden we het gevoel dat we er bijna waren. Dat viel tegen er volgden nog 7 km in de brandende zon met op het laatst een erg steile klim naar de mooie stad. De gemeenteherberg had alleen nog plaats op zolder en zag er niet leuk uit. We zijn doorgelopen naar een particuliere herberg bij de kathedraal. Daar hebben we onze bedden uitgezocht op de slaapzaal. We slapen daar met ca. 30 andere onwelriekende peregrinos.
Na aankomst hebben we gedouched en onze vuile kleren gewassen. Daarna zijn we een paar biertjes gaan drinken in de stad en vervolgens hebben we ergens het menu van de dag gegeten. 12 Eur pp incl een fles rode wijn. Het was nog lekker ook!
Nu zitten we op de binnenplaats van de herberg aan de wijn. Bigspender Peter heeft bij de supermercado om de hoek de allerduurste fles gekocht: 2,49 Eur!
Wat trouwens leuk is, is het contact met andere pelgrims. Je komt regelmatig dezelfde mensen tegen en je wisselt dan wat ervaringen uit.
Morgen hebben we een klimetappe. We gaan dan van 800 naar 1200 m over 21 km. Hopelijk geven hebben we geen last van de eerste blaartjes of van onze pijnlijke schouderspieren (het is wennen met 9 kg op je rug).
Blijf ons volgen en reageer, dat vinden wij leuk!
Vandaag een lang stuk gelopen. Ca. 35 km. Het eerste stuk was wat Joyce Roodnat (wandelverslaggeefster NRC) wandelcorvee noemt: een lange rechte weg over de Paramo. Zo noemen ze de hoogvlakte hier.
Bij elk dorp staat een zonne-energie centrale die het dorp voorziet van elekriciteit.
Na de oude Romeinse brug bij Puente y Hopital de Orbigo werd het landschap interessanter. Nadat we nog wat hadden gegeten in de zeer basic dorpsbar van Santibanez gingen we de heuvels in. Een prachtig gebied van eikenbossen afgewisseld met groene velden. We kwamen ook nog een schaapsherder tegen met kudde en honden.
Het was behoorlijk warm in de heuvels en er waren soms steile stukken. We waren dan ook blij dat we aan het einde van de heuvels een stalletje zagen staan met fruit, vruchtensappen, gedroogde vruchten, koekjes en dergelijke. Alles gratis, met een bordje erbij dat je wat kan geven als je dat wilt.
Vlak daarna kwamen we bij een kruisbeeld. Van daar zagen we Asterga al liggen en hadden we het gevoel dat we er bijna waren. Dat viel tegen er volgden nog 7 km in de brandende zon met op het laatst een erg steile klim naar de mooie stad. De gemeenteherberg had alleen nog plaats op zolder en zag er niet leuk uit. We zijn doorgelopen naar een particuliere herberg bij de kathedraal. Daar hebben we onze bedden uitgezocht op de slaapzaal. We slapen daar met ca. 30 andere onwelriekende peregrinos.
Na aankomst hebben we gedouched en onze vuile kleren gewassen. Daarna zijn we een paar biertjes gaan drinken in de stad en vervolgens hebben we ergens het menu van de dag gegeten. 12 Eur pp incl een fles rode wijn. Het was nog lekker ook!
Nu zitten we op de binnenplaats van de herberg aan de wijn. Bigspender Peter heeft bij de supermercado om de hoek de allerduurste fles gekocht: 2,49 Eur!
Wat trouwens leuk is, is het contact met andere pelgrims. Je komt regelmatig dezelfde mensen tegen en je wisselt dan wat ervaringen uit.
Morgen hebben we een klimetappe. We gaan dan van 800 naar 1200 m over 21 km. Hopelijk geven hebben we geen last van de eerste blaartjes of van onze pijnlijke schouderspieren (het is wennen met 9 kg op je rug).
Blijf ons volgen en reageer, dat vinden wij leuk!
zondag 25 april 2010
Van Leon naar Villar de Mazarife
De eerste etappe zit erop. Vandaag van Valladolid naar Leon gegaan per bus. Omdat het zondag is was reed de eerste trein pas om 12.15. We zouden dan pas om 14.00 in Leon zijn. We zijn daarom na uitgechecked te hebben uit het hotel in Leon, eerst naar het busstation gegaan. Daar kwamen we om 8.44 aan en ontdekten dat de bus naar Leon om 8.45 vertrok. Die hebben we dus gemist. De volgende bus ging om 10.45. Daarvoor hebben we kaartjes gekocht. De tijd daartussen hebben we heerlijk in de ochtendzon gezeten in een nog heel stil park tussen pauwen en ganzen.
De rit naar Leon ging uiteindelijk voorspoedig. De hoogvlakte is kaal en vlak. halverwege doemen de besneeuwde toppen van Picos de Europa op in de verte.
Om 13.00 uur waren we in Leon. In plaats van gelijk de camino op te gaan zijn we eerst de kathedraal gaan bekijken. Daar hebben we een elektronisch (...) kaarsje gebrand op de goede afloop (gooi een muntstuk in het apparaat en een aantal LED-kaarsjes gaat branden: erg modern...).
Het centrum van Leon is mooi met veel oude gebouwen. Leuk dat iedereen in Spanje in het weekend zo loopt te flaneren in de stad. Dat geeft een hoop levendigheid.
Bij de kathedraal zijn we dan uiteindelijk om 13:30 de camino op gegaan. Na eerst het centrum en de buitenwijken te zijn doorgelopen kwamen we op een industrieterrein terecht. Na een klein stukje langs en autoweg kwamen we op een leuk onverhard pad. We hebben een iets langere weg genomen. De ´officiële´ camino loopt langs een autoweg. De alternatieve route gaat door het land over merendeels onverharde wegen. We zijn een heel stuk door een heidegebied gelopen.
Opvallend is het grote aantal ooievaars onderweg. Hun nesten zitten werkelijk overal: op kerktorens, op palen, op daken van huizen enz.Verder zijn de mensen onderweg erg vriendelijk. Ze groeten vanuit de auto of wensen je ´buen viajo´ vanuit hun tuin. Hier in het dorp vroeg een oude man waar wij vandaan komen. Hij wees ons ook op het standbeeld van St Jacob dat naast de kerk voor onze herberg staat.
We slapen vanavond in een vier persoonskamer die we delen met een duitser van 43 die ook de camino loopt. We hebben net samen met hem gegeten. Het menu de dia van € 10,00 incl wijn en water. Michel, onze duitse room mate, heeft een apparaat waarmee hij heel precies zijn calorieverbuik kan meten (hij is niet voor niets arts). Dat gaf aan dat de tocht vanaf Leon hem ongeveer 3000 Kcal heeft gekost. Dat is twee keer zoveel als Sportypal aangeeft. Dus vanaf nu vermenigvuldigen we het energieverbruik dat dit programma aangeeft met twee.
De nordic walking stokken die ik in Amsterdam bij de Decathlon heb gekocht zijn super. Je loopt er sneller mee en het ontlast mijn recherkuit enorm. Bij het vertrek in Leon voelde ik mijn kuit nog een beetje maar sinds ik die stokkken gebruik heb ik nergens meer last van. Echt top. Bovendien loop ik volgens Peter veel sneller met die stokken en gaf Michael aan dat je energieverbuik stokken en stuk hoger ligt.
Morgen hebben we een stuk van bijna 30 km voor de boeg. We zijn van plan om rond een uur of negen te gaan lopen zodat we rond vier uur ergens zijn. Dan hebben we genoeg tijd om nog ergens te gaan zitten en wat te eten.
De weg naar Santiago wordt hier overigens ´el camino´ genoemd. Mensen in winkels, restaurants en herbergen wensen je steeds ´buen camino´.
De rit naar Leon ging uiteindelijk voorspoedig. De hoogvlakte is kaal en vlak. halverwege doemen de besneeuwde toppen van Picos de Europa op in de verte.
Om 13.00 uur waren we in Leon. In plaats van gelijk de camino op te gaan zijn we eerst de kathedraal gaan bekijken. Daar hebben we een elektronisch (...) kaarsje gebrand op de goede afloop (gooi een muntstuk in het apparaat en een aantal LED-kaarsjes gaat branden: erg modern...).
Het centrum van Leon is mooi met veel oude gebouwen. Leuk dat iedereen in Spanje in het weekend zo loopt te flaneren in de stad. Dat geeft een hoop levendigheid.
Bij de kathedraal zijn we dan uiteindelijk om 13:30 de camino op gegaan. Na eerst het centrum en de buitenwijken te zijn doorgelopen kwamen we op een industrieterrein terecht. Na een klein stukje langs en autoweg kwamen we op een leuk onverhard pad. We hebben een iets langere weg genomen. De ´officiële´ camino loopt langs een autoweg. De alternatieve route gaat door het land over merendeels onverharde wegen. We zijn een heel stuk door een heidegebied gelopen.
Opvallend is het grote aantal ooievaars onderweg. Hun nesten zitten werkelijk overal: op kerktorens, op palen, op daken van huizen enz.Verder zijn de mensen onderweg erg vriendelijk. Ze groeten vanuit de auto of wensen je ´buen viajo´ vanuit hun tuin. Hier in het dorp vroeg een oude man waar wij vandaan komen. Hij wees ons ook op het standbeeld van St Jacob dat naast de kerk voor onze herberg staat.
We slapen vanavond in een vier persoonskamer die we delen met een duitser van 43 die ook de camino loopt. We hebben net samen met hem gegeten. Het menu de dia van € 10,00 incl wijn en water. Michel, onze duitse room mate, heeft een apparaat waarmee hij heel precies zijn calorieverbuik kan meten (hij is niet voor niets arts). Dat gaf aan dat de tocht vanaf Leon hem ongeveer 3000 Kcal heeft gekost. Dat is twee keer zoveel als Sportypal aangeeft. Dus vanaf nu vermenigvuldigen we het energieverbruik dat dit programma aangeeft met twee.
De nordic walking stokken die ik in Amsterdam bij de Decathlon heb gekocht zijn super. Je loopt er sneller mee en het ontlast mijn recherkuit enorm. Bij het vertrek in Leon voelde ik mijn kuit nog een beetje maar sinds ik die stokkken gebruik heb ik nergens meer last van. Echt top. Bovendien loop ik volgens Peter veel sneller met die stokken en gaf Michael aan dat je energieverbuik stokken en stuk hoger ligt.
Morgen hebben we een stuk van bijna 30 km voor de boeg. We zijn van plan om rond een uur of negen te gaan lopen zodat we rond vier uur ergens zijn. Dan hebben we genoeg tijd om nog ergens te gaan zitten en wat te eten.
De weg naar Santiago wordt hier overigens ´el camino´ genoemd. Mensen in winkels, restaurants en herbergen wensen je steeds ´buen camino´.
Valladolid
Zaterdag 24 april 2010, Valladolid 23.30,
Op het terras na een heerlijke dis. Het is een zwoele avond. De 'Valladoliders' flaneren jong en oud opgedirkt op de zaterdagavond door de mooie stad. Oude gebouwen, lekker sfeertje.
Een goede reisdag gehad. Vliegtuig precies op sçhema.
In Valladolid in het hotel ingechekt en even naar het station gelopen. Pech, de eerste trein naar Leon gaat op zondag om 12.15 en doet er 1,5 uur over. Morgenochtend kijken we of de bus een alternatief is. Zo meteen slapen en morgen de eerste wandeldag.
Op het terras na een heerlijke dis. Het is een zwoele avond. De 'Valladoliders' flaneren jong en oud opgedirkt op de zaterdagavond door de mooie stad. Oude gebouwen, lekker sfeertje.
Een goede reisdag gehad. Vliegtuig precies op sçhema.
In Valladolid in het hotel ingechekt en even naar het station gelopen. Pech, de eerste trein naar Leon gaat op zondag om 12.15 en doet er 1,5 uur over. Morgenochtend kijken we of de bus een alternatief is. Zo meteen slapen en morgen de eerste wandeldag.
vrijdag 23 april 2010
Nog 1 dag
Peter, Vlissingen 23 april 12.00 uur
nog 1 dag. Op het werk de laatste zaken regelen en vanmiddag de rugzak inpakken. Buiten een mooi zeeuws zonnetje wat het enthousiastme alleen maar doet toenemen.
nog 1 dag. Op het werk de laatste zaken regelen en vanmiddag de rugzak inpakken. Buiten een mooi zeeuws zonnetje wat het enthousiastme alleen maar doet toenemen.
dinsdag 20 april 2010
Peter, Vlissingen maandag 19 april
Zo, eindelijk de tijd genomen om mijn eerste stukje voor de blog te schrijven. Na een voorbereiding met hindernissen ben ik zo langzamerhand klaar voor de reis. In de hectiek van alle dag ben te weinig toegekomen aan de voorbereiding. Natuurlijk, spulletjes gekocht, zo nu en dan iets gelezen, elke dag een uurtje lopen met de hond maar dat was het dan wel. Het drukke leven neemt je in beslag en juist daarom verwacht ik veel van Santiago. Alhoewel, ik heb in het verleden geleerd dat je zo iets het beste in kan gaan met de instelling van "we zien wel"en je vervolgens elke dag te "verbazen" om datgene wat je rond je heen ziet. Dus dat gaan we dan ook maar zo doen. Zoals mijn vriend Marc al heeft geschreven kennen wij elkaar al heel erg lang (bijna 40 jaar) en wel van de eerste klas lagere school. Na een jeugd met heel veel windsurfen, lekker stappen, de opleiding HTS en Fysiotherapie zijn onze wegen wat uit elkaar gegaan. Marc woont in Soest en ik woon in Vlissingen. Toch hebben we altijd contact gehouden en zien we elkaar nog een aantal keer per jaar. Toen Marc mij vorig jaar september belde en vroeg of ik mee wilde gaan heb ik niet lang getwijfeld. Natuurlijk eerst overleg met het thuisfront. Annet moet het dan wel even 2 weken alleen doen met 4 kinderen en een hond. Alle steun en een enthousiast "moet je doen". Dus daar gaan we dan, aanstaande zaterdag. Tenminste als de IJslandse vulkaan geen "as in het eten gooit". De fysieke voorbereiding is matig geweest. Door de drukte maar ook door een zweepslagje waarover Marc al heeft geschreven. Vandaag hebben we even gebeld en toen Marc vroeg hoe het met mijn kuit ging kon ik gelukkig zeggen dat het goed gaat: ik kon gisteren al 5 uur in het zonnetje op het terras van de strandtent de Zilvermeeuw in Dishoek zitten. Toch is het gelukt om de schoenen in te lopen en af en toe een wat langere wandeling met onze hond Joep door de duinen te maken. De rest doen we op karakter en nogmaals: we zien wel.
Zo, eindelijk de tijd genomen om mijn eerste stukje voor de blog te schrijven. Na een voorbereiding met hindernissen ben ik zo langzamerhand klaar voor de reis. In de hectiek van alle dag ben te weinig toegekomen aan de voorbereiding. Natuurlijk, spulletjes gekocht, zo nu en dan iets gelezen, elke dag een uurtje lopen met de hond maar dat was het dan wel. Het drukke leven neemt je in beslag en juist daarom verwacht ik veel van Santiago. Alhoewel, ik heb in het verleden geleerd dat je zo iets het beste in kan gaan met de instelling van "we zien wel"en je vervolgens elke dag te "verbazen" om datgene wat je rond je heen ziet. Dus dat gaan we dan ook maar zo doen. Zoals mijn vriend Marc al heeft geschreven kennen wij elkaar al heel erg lang (bijna 40 jaar) en wel van de eerste klas lagere school. Na een jeugd met heel veel windsurfen, lekker stappen, de opleiding HTS en Fysiotherapie zijn onze wegen wat uit elkaar gegaan. Marc woont in Soest en ik woon in Vlissingen. Toch hebben we altijd contact gehouden en zien we elkaar nog een aantal keer per jaar. Toen Marc mij vorig jaar september belde en vroeg of ik mee wilde gaan heb ik niet lang getwijfeld. Natuurlijk eerst overleg met het thuisfront. Annet moet het dan wel even 2 weken alleen doen met 4 kinderen en een hond. Alle steun en een enthousiast "moet je doen". Dus daar gaan we dan, aanstaande zaterdag. Tenminste als de IJslandse vulkaan geen "as in het eten gooit". De fysieke voorbereiding is matig geweest. Door de drukte maar ook door een zweepslagje waarover Marc al heeft geschreven. Vandaag hebben we even gebeld en toen Marc vroeg hoe het met mijn kuit ging kon ik gelukkig zeggen dat het goed gaat: ik kon gisteren al 5 uur in het zonnetje op het terras van de strandtent de Zilvermeeuw in Dishoek zitten. Toch is het gelukt om de schoenen in te lopen en af en toe een wat langere wandeling met onze hond Joep door de duinen te maken. De rest doen we op karakter en nogmaals: we zien wel.
dinsdag 30 maart 2010
GPS tracking
Marc, Soest 30 maart 2010.
Allereerst: met mijn kuit gaat het goed. Ook Peter zijn kuit gaat beter.
Het afgelopen weekend weer gelopen. Zondag zo'n 12 km in totaal.
Gisteren heb ik het gratis programma SportyPal gedownload en geïnstalleerd op mijn Nokia E71 telefoon. SportyPal houdt aan de hand van de in de E71 ingebouwde GPS ontvanger een gelopen of gefietste route bij. Het draait op vrijwel alle mobiele telefoons die voorzien zijn van GPS. De gelopen route kan worden geprojecteerd op een Google map. Het onderstaande kaartje is een weergave van mijn avondrondje met Joost, onze bruine labrador.
Verder houdt het SportyPal de gelopen afstand, het snelheidverloop, het hoogteverloop en verbruikte calorieën bij. Ik ben van plan dit programma te gebruiken in Spanje zodat het thuisfront steeds kan zien waar we zijn.
Ik heb het sjabloon van de blog wat aangepast zodat een Google map uit SportyPal in de volle breedte wordt weergegeven.
Allereerst: met mijn kuit gaat het goed. Ook Peter zijn kuit gaat beter.
Het afgelopen weekend weer gelopen. Zondag zo'n 12 km in totaal.
Gisteren heb ik het gratis programma SportyPal gedownload en geïnstalleerd op mijn Nokia E71 telefoon. SportyPal houdt aan de hand van de in de E71 ingebouwde GPS ontvanger een gelopen of gefietste route bij. Het draait op vrijwel alle mobiele telefoons die voorzien zijn van GPS. De gelopen route kan worden geprojecteerd op een Google map. Het onderstaande kaartje is een weergave van mijn avondrondje met Joost, onze bruine labrador.
Verder houdt het SportyPal de gelopen afstand, het snelheidverloop, het hoogteverloop en verbruikte calorieën bij. Ik ben van plan dit programma te gebruiken in Spanje zodat het thuisfront steeds kan zien waar we zijn.
Ik heb het sjabloon van de blog wat aangepast zodat een Google map uit SportyPal in de volle breedte wordt weergegeven.
dinsdag 23 maart 2010
De kuiten
Marc, Soest 23 maart 2010.
Hetty en ik zijn zaterdagavond teruggekomen uit Griekenland. Wij zijn daar een paar dagen gastvrij ontvangen door Jos en Tanja, twee expattende vrienden van ons.
Met mijn rechterkuit gaat het goed. We hebben in Griekenland veel gelopen. Ik ben zelfs de berg achter het huis van Jos en Tanja opgeklauterd. Er was niet echt een pad dus ik moest van steen naar steen klimmen. Dat ging goed. Soms had ik wat last van mijn kuit maar dat zakte snel zodra ik wat uitrustte. Bij het dalen voelde ik mijn kuit meer dan bij het stijgen.
Zondag ben ik weer heen en teruggelopen naar de paardenstallen. Ook hebben Hetty, ik en onze labrador Joost een rondje gelopen in de lange duinen. Dat gaf geen klachten. Ik word optimistisch over mijn rechterkuit. Ik ben benieuw hoe het met Peter zijn kuit is.
Hetty en ik zijn zaterdagavond teruggekomen uit Griekenland. Wij zijn daar een paar dagen gastvrij ontvangen door Jos en Tanja, twee expattende vrienden van ons.
Met mijn rechterkuit gaat het goed. We hebben in Griekenland veel gelopen. Ik ben zelfs de berg achter het huis van Jos en Tanja opgeklauterd. Er was niet echt een pad dus ik moest van steen naar steen klimmen. Dat ging goed. Soms had ik wat last van mijn kuit maar dat zakte snel zodra ik wat uitrustte. Bij het dalen voelde ik mijn kuit meer dan bij het stijgen.
Zondag ben ik weer heen en teruggelopen naar de paardenstallen. Ook hebben Hetty, ik en onze labrador Joost een rondje gelopen in de lange duinen. Dat gaf geen klachten. Ik word optimistisch over mijn rechterkuit. Ik ben benieuw hoe het met Peter zijn kuit is.
woensdag 17 maart 2010
Naar Athene
Marc, Soest 17 maart 2010.
Ik zet mijn training voort in Griekenland de komende dagen. Vandaag, op de verjaardag van Hetty, vertrekken Hetty en ik naar Athene. We gaan daar onze vrienden Jos en Tanja opzoeken die daar, vanwege Jos zijn werk, een paar jaar wonen.
Tanja gaf aan dat we stevige schoenen en zwemkleding moesten meenemen. Bij hun in de buurt zijn op een paar kilometer lopen warmwaterbronnen.
Vrijdag gaan Hetty en ik in de stad kijken. Er schijnt een nieuw museum te zijn op de Acropolis.
Zaterdagavond vliegen we weer naar huis.
Ik zet mijn training voort in Griekenland de komende dagen. Vandaag, op de verjaardag van Hetty, vertrekken Hetty en ik naar Athene. We gaan daar onze vrienden Jos en Tanja opzoeken die daar, vanwege Jos zijn werk, een paar jaar wonen.
Tanja gaf aan dat we stevige schoenen en zwemkleding moesten meenemen. Bij hun in de buurt zijn op een paar kilometer lopen warmwaterbronnen.
Vrijdag gaan Hetty en ik in de stad kijken. Er schijnt een nieuw museum te zijn op de Acropolis.
Zaterdagavond vliegen we weer naar huis.
maandag 15 maart 2010
Voorbereidingen en tegenslag
Marc, Soest 15 maart 2010.
Hoe zorg je dat je die ruim 300 km kan uitlopen? Ik ben goed begonnen. Op een zondag heb ik bij de Decathlon in Amsterdam een rugzak en twee paar wandelsokken gekocht. Verder ben ik vanaf begin januari elke zaterdag en zondag heen en teruggelopen naar de stallen waar de paarden van Hetty en mij staan. Een afstand van zo'n vijf kilometer. Ook hebben Hetty en ik een keer een wandeling gemaakt van ongeveer 10 km op de hei bij Hilversum en hadden we het voornemen dit vaker te gaan doen. Kortom, ik was serieus bezig met trainen.
Ruim drie weken geleden moest ik mijn training echter onderbreken. Bij het longeren van één van onze paarden - Salami - kreeg ik een zweepslag in mijn rechterkuit. Daardoor kon ik twee weken lang slecht lopen. Op mijn vraag aan Peter, hij is fysiotherapeut, wat te doen, kreeg ik als anwoord: 'veel spaanse rode wijn drinken en naspoelen met whiskey'. Ik moet zeggen, een prima advies, maar of het echt helpt?
Peter stuurde mij twee weken geleden een sms waarin hij meldde dat ook hij een zweepslag had. Dat begint te hinten naar twee inmiddels wat oudere mannen die iets gaan ondernemen dat eigenlijk buiten hun fysieke mogelijkheden ligt....
Intussen kan ik weer lopen en heb ik de training hervat. Verder heb ik vorige week een led-zaklamp gekocht die je met een zwengel kan opladen en waarmee je ook je mobiele telefoon kan opladen (zie bespaarbazaar.nl). Ook heb ik zaterdag een Fjällräven afritsbroek gekocht bij Bever in Amersfoort. Aan de spullen kan het dus bijna niet liggen.
Hoe zorg je dat je die ruim 300 km kan uitlopen? Ik ben goed begonnen. Op een zondag heb ik bij de Decathlon in Amsterdam een rugzak en twee paar wandelsokken gekocht. Verder ben ik vanaf begin januari elke zaterdag en zondag heen en teruggelopen naar de stallen waar de paarden van Hetty en mij staan. Een afstand van zo'n vijf kilometer. Ook hebben Hetty en ik een keer een wandeling gemaakt van ongeveer 10 km op de hei bij Hilversum en hadden we het voornemen dit vaker te gaan doen. Kortom, ik was serieus bezig met trainen.
Ruim drie weken geleden moest ik mijn training echter onderbreken. Bij het longeren van één van onze paarden - Salami - kreeg ik een zweepslag in mijn rechterkuit. Daardoor kon ik twee weken lang slecht lopen. Op mijn vraag aan Peter, hij is fysiotherapeut, wat te doen, kreeg ik als anwoord: 'veel spaanse rode wijn drinken en naspoelen met whiskey'. Ik moet zeggen, een prima advies, maar of het echt helpt?
Peter stuurde mij twee weken geleden een sms waarin hij meldde dat ook hij een zweepslag had. Dat begint te hinten naar twee inmiddels wat oudere mannen die iets gaan ondernemen dat eigenlijk buiten hun fysieke mogelijkheden ligt....
Intussen kan ik weer lopen en heb ik de training hervat. Verder heb ik vorige week een led-zaklamp gekocht die je met een zwengel kan opladen en waarmee je ook je mobiele telefoon kan opladen (zie bespaarbazaar.nl). Ook heb ik zaterdag een Fjällräven afritsbroek gekocht bij Bever in Amersfoort. Aan de spullen kan het dus bijna niet liggen.
zondag 14 maart 2010
De eerste voorbereidingen
Marc, Soest 14 maart 2010.
Hoe bereid je je voor op zo'n tocht? Ik loop regelmatig stukken met de hond. Hetty en ik hebben in het verleden wel eens dagwandelingen van 20 à 30 km gemaakt. Ook tijdens vakanties draaien wij onze hand niet om voor een wandeling van een kilometer of 10. Peter loopt regelmatig hard en heeft een paar keer met vrienden te voet door Schotland getrokken.
Het eerste dat ik heb gedaan is eens rondkijken op het internet. Via Wikipedia kwam ik op de site van Het Nederlands genootschap van Sint Jacob (http://www.santiago.nl). Deze vereniging heeft als doel de belangstelling voor de pelgrimstochten naar Santiago de Compostela in heden en verleden, te vergroten en te verdiepen. Op hun site heb ik mijn eerste informatie over de tocht en de achtergronden opgedaan.
Vervolgens heb ik bij Bol.com voor Peter en mijzelf het boek "Te voet naar Santiago de Compostela" (ISBN 978 90389 18389) besteld. Dit boek is een praktische gids over de Camino Francés, de bekendste pelgrimsroute naar Santiago.
Al lezend in het boek kwamen wij tot de conclusie dat wij geen tijd hebben om de hele tocht vanaf Frankrijk te maken. We vonden beiden dat wij het thuisfront niet vier of vijf weken achter konden laten. Daarbij komt dat wij beiden een eigen zaak hebben en we het richting personeel en klanten ook niet kunnen maken zolang afwezig te zijn. We hebben daarom besloten vanaf Leon naar Santiago te gaan lopen. Dat is een tocht van 308 km die ongeveer 12 dagen duurt.
In januari hebben we bij Ryanair onze vlucht geboekt: Charleroi (België) - Valladolid (Spanje). Vanuit Valladolid gaan we met de trein naar Leon. Vanuit Santiago gaan we weer met de trein terug naar Valladolid.
Hoe bereid je je voor op zo'n tocht? Ik loop regelmatig stukken met de hond. Hetty en ik hebben in het verleden wel eens dagwandelingen van 20 à 30 km gemaakt. Ook tijdens vakanties draaien wij onze hand niet om voor een wandeling van een kilometer of 10. Peter loopt regelmatig hard en heeft een paar keer met vrienden te voet door Schotland getrokken.
Het eerste dat ik heb gedaan is eens rondkijken op het internet. Via Wikipedia kwam ik op de site van Het Nederlands genootschap van Sint Jacob (http://www.santiago.nl). Deze vereniging heeft als doel de belangstelling voor de pelgrimstochten naar Santiago de Compostela in heden en verleden, te vergroten en te verdiepen. Op hun site heb ik mijn eerste informatie over de tocht en de achtergronden opgedaan.
Vervolgens heb ik bij Bol.com voor Peter en mijzelf het boek "Te voet naar Santiago de Compostela" (ISBN 978 90389 18389) besteld. Dit boek is een praktische gids over de Camino Francés, de bekendste pelgrimsroute naar Santiago.
Al lezend in het boek kwamen wij tot de conclusie dat wij geen tijd hebben om de hele tocht vanaf Frankrijk te maken. We vonden beiden dat wij het thuisfront niet vier of vijf weken achter konden laten. Daarbij komt dat wij beiden een eigen zaak hebben en we het richting personeel en klanten ook niet kunnen maken zolang afwezig te zijn. We hebben daarom besloten vanaf Leon naar Santiago te gaan lopen. Dat is een tocht van 308 km die ongeveer 12 dagen duurt.
In januari hebben we bij Ryanair onze vlucht geboekt: Charleroi (België) - Valladolid (Spanje). Vanuit Valladolid gaan we met de trein naar Leon. Vanuit Santiago gaan we weer met de trein terug naar Valladolid.
Hoe is het zo gekomen?
Marc, Soest 14 maart 2010.
In 1974 ben ik, tijdens een vakantie met mijn ouders, in Santiago de Compostela geweest. We waren toen op de terugweg uit Portugal. Daarna ben ik nog een aantal keren in Noord-Spanje geweest. Ik herinner mij Gallicië en de Picos de Europa als een erg mooie en groene streek.
Vorig jaar las ik een interview in de Volkskrant met Ferry Mingelen. Ferry vertelde daarin dat hij een paar maanden verlof had gekregen omdat hij 25 jaar politiek verslaggever was. Die tijd gebruikte hij nu om een lang gekoesterde wens te vervullen: een voettocht naar Santiago.
Dat bracht mij op het idee dat ook te gaan doen. In augustus 2009 heb ik Peter gebeld en hem gevraagd of hij mee wilde naar Santiago "ergens in het voorjaar van 2010". Peter was gelijk enthousiast en, niet onbelangrijk, Annet en Hetty waren dat ook ook.
In 1974 ben ik, tijdens een vakantie met mijn ouders, in Santiago de Compostela geweest. We waren toen op de terugweg uit Portugal. Daarna ben ik nog een aantal keren in Noord-Spanje geweest. Ik herinner mij Gallicië en de Picos de Europa als een erg mooie en groene streek.
Vorig jaar las ik een interview in de Volkskrant met Ferry Mingelen. Ferry vertelde daarin dat hij een paar maanden verlof had gekregen omdat hij 25 jaar politiek verslaggever was. Die tijd gebruikte hij nu om een lang gekoesterde wens te vervullen: een voettocht naar Santiago.
Dat bracht mij op het idee dat ook te gaan doen. In augustus 2009 heb ik Peter gebeld en hem gevraagd of hij mee wilde naar Santiago "ergens in het voorjaar van 2010". Peter was gelijk enthousiast en, niet onbelangrijk, Annet en Hetty waren dat ook ook.
Abonneren op:
Posts (Atom)
























