Vanmorgen werden we om 5.30 wakker van onze Spaanse kamergenoten die opstonden. Zodra iedereen rond 6.15 weg was, zijn wij opgestaan en hebben we onze spullen gepakt. Om 7.00 zijn we vertrokken uit de albergue van Villafranca.
De eerste 20 km waren vrij vlak. We zijn nog ergens gestopt voor koffie met een croissant. Vlak voor we gingen klimmen, hebben we nog ergens wat gedronken. Daar zat een Duitse vrouw die bang was dat ze de nogal steile klim niet alleen zou halen. Ze vroeg of ze met ons mee mocht lopen. Dat is trouwens heel gewoon. Onderweg leer je steeds meer pelegrinos kennen en regelmatig loop je met elkaar een stukje op. Ook als ergens iets eet of drinkt, stapt er altijd wel een 'bekende' binnen met wie je dan een praatje maakt.
Het eerste deel van de klim was zwaar. 5 km voor de top hebben we uitgebreid gegeten. Je merkt dat echt veel moet eten, omdat je veel meer verbrandt dan normaal.
Na de maaltijd hebben we de laatste 5 km naar boven gelopen. Ook een zware klim, maar met genoeg brandstof was het goed te doen.
Rond 15.00 waren we boven in O Cebreiro op 1300 m. Het is hier vrij koud, ca 10 gr en mistig.
We slapen in de lokale albergue op een slaapzaal.
Ik heb last van een pees aan de voorkant van mijn linkervoet. Het is daar behoorlijk opgezollen. Straks maar koelen met ijs.
vrijdag 30 april 2010
donderdag 29 april 2010
Van Ponferrada naar Villafranca del Bierzo
Vannacht was het een onrustige nacht. Het was warm, nauwelijks ventilatie en ik (Peter) had koorts. Onrustig geslapen, veel wakker en onrustige dromen, last van mijn maag. Was het de zon of toch een bacterie?
Vanmorgen toch maar de schoenen aangetrokken vanuit de gedachte dat elk dorp verder een dorp dichterbij Santiago is. Het was gelukkig lekker koel en geregeld wat bewolkt. In de loop van de dag ben ik langzaam weer wat opgeknapt. Het leuke is wel dat de pijntjes van de eerste dagen bij zowel Marc als mij er nagenoeg niet meer zijn. De blaren trekken weg. De route is redelijk vlak. Er zijn wel wat klimmetjes maar die zijn kort. De omgeving is minder bijzonder dan gisteren maar zeker mooi. We lopen voor een groot deel door de druivenvelden.
Op zich zijn we blij dat we de "grote" drukke stad achter ons mogen laten. We doen het vandaag rustig aan. In ieder geval ontbeten, na een uur of 2 een kopje koffie met een broodje in een dorpje Fuentas Nuevas.
Het leuke is dat je ook hier weer de peregrinos ziet die we al geregeld tegen zijn gekomen. Daarna ook rond de middag uitgebreid geluncht. Ik nog wat voorzichtig maar Marc niet gehinderd door buikklachten at z´n bordje (of liever gezegd bord) geheel leeg. Daarna weer verder door de mooie velden en door enkele leuke kleine dorpjes.
In een gehucht, Piros, kochten we wat water bij een in elkaar geknutseld barretje. De man achter de bar bleek goed Nederlands te spreken. Hij was er vaak geweest en had enkele jaren in de koffieshop in Nijmegen gewerkt. Ondanks dat kwam hij helder over. Grappig, zo´n ontmoeting. Hij vertelde ons dat in de zomer de Pelgrims buiten moeten slapen omdat de herbergen vol zitten. Wij blij dat we nu lopen.
Uiteindelijk in Villefranca del Bierzo ingecheckt in de lokale gemeentelijke albergue. Ruime kamers, wel met 8 personen. Nu (17.00 uur) voel ik me gelukkig een stuk beter. Ik krijg ook weer zin in eten. Straks lopen we het dorp in. Het moet bijzonder zijn want voor de kreupelen en zieken was dit dorp vroeger een plaats waar men dezelfde aflaat en gunsten kreeg als in santiago. Aldus was het voor hen hetzelfde als Santiago bereiken. Straks lopen door de poort der vergiffenis. We moeten nog even afstemmen wie het eerst moet....
Morgen wordt lang met een steile klim op het eind. Met het bekende credo "we zien we¨" gaan we ook deze dag weer in.
Vanmorgen toch maar de schoenen aangetrokken vanuit de gedachte dat elk dorp verder een dorp dichterbij Santiago is. Het was gelukkig lekker koel en geregeld wat bewolkt. In de loop van de dag ben ik langzaam weer wat opgeknapt. Het leuke is wel dat de pijntjes van de eerste dagen bij zowel Marc als mij er nagenoeg niet meer zijn. De blaren trekken weg. De route is redelijk vlak. Er zijn wel wat klimmetjes maar die zijn kort. De omgeving is minder bijzonder dan gisteren maar zeker mooi. We lopen voor een groot deel door de druivenvelden.
Op zich zijn we blij dat we de "grote" drukke stad achter ons mogen laten. We doen het vandaag rustig aan. In ieder geval ontbeten, na een uur of 2 een kopje koffie met een broodje in een dorpje Fuentas Nuevas.
Het leuke is dat je ook hier weer de peregrinos ziet die we al geregeld tegen zijn gekomen. Daarna ook rond de middag uitgebreid geluncht. Ik nog wat voorzichtig maar Marc niet gehinderd door buikklachten at z´n bordje (of liever gezegd bord) geheel leeg. Daarna weer verder door de mooie velden en door enkele leuke kleine dorpjes.
In een gehucht, Piros, kochten we wat water bij een in elkaar geknutseld barretje. De man achter de bar bleek goed Nederlands te spreken. Hij was er vaak geweest en had enkele jaren in de koffieshop in Nijmegen gewerkt. Ondanks dat kwam hij helder over. Grappig, zo´n ontmoeting. Hij vertelde ons dat in de zomer de Pelgrims buiten moeten slapen omdat de herbergen vol zitten. Wij blij dat we nu lopen.
Uiteindelijk in Villefranca del Bierzo ingecheckt in de lokale gemeentelijke albergue. Ruime kamers, wel met 8 personen. Nu (17.00 uur) voel ik me gelukkig een stuk beter. Ik krijg ook weer zin in eten. Straks lopen we het dorp in. Het moet bijzonder zijn want voor de kreupelen en zieken was dit dorp vroeger een plaats waar men dezelfde aflaat en gunsten kreeg als in santiago. Aldus was het voor hen hetzelfde als Santiago bereiken. Straks lopen door de poort der vergiffenis. We moeten nog even afstemmen wie het eerst moet....
Morgen wordt lang met een steile klim op het eind. Met het bekende credo "we zien we¨" gaan we ook deze dag weer in.
woensdag 28 april 2010
Van Rabanal del Camino naar Ponferrada
Vanmorgen werden we rond 4:45 wakker van een groep Fransen (leeftijd 60+) die bezig was zich voor te bereiden voor de dag: ontbijt maken, douchen, luidop praten met elkaar etc.
Peter en ik kwamen rond 5:30 tot de conclusie dat verder in bed blijven geen zin had. We besloten daarom om ook op te staan. Om 5:55 stonden wij bepakt en bezakt buiten. Het was nog donker (de zon gaat hier op het moment rond 6:45 op). In het licht van de volle maan zijn wij op pad gegaan. Soms was het wel wat zoeken en uitkijken op de schemrige bergpaden. Voordeel was wel dat het nog lekker fris was.
Na iets meer dan een uur kwamen wij in het volgende dorpje aan. Daar kwamen net de eerste perigrinos uit de albergues om ook aan de tocht te beginnen.
We hebben genoten van een prachtige zonsopkomst in de bergen.
Toen we rond 7:15 bij het Cruz de Hierro waren, met 1500 m het hoogste punt van de tocht, hebben we daar beiden een steentje achtergelaten dat we van thuis hadden meegenomen. Zo hoort het volgens de traditie en wie zijn wij om ons daar niet aan te houden.
Nu is er niet één maar zijn er twee toppen vlakbij elkaar waar je overheen moet. In het dal daartussen hoorden wij opeens Gregoriaans gezang. Blijkt daar een stel oude hippies ook een regufio te zijn begonnen. De stroom komt van zonnecellen en van de accu van een oude Landrover. De sfeer is er erg relaxed. Je kan er koffie, water of vruchtensap pakken en dan mag je bij een collectebus bij de ingang geven wat je er voor over hebt.
Na de tweede top volgde de afdaling naar 500 m. Dat was vaak erg steil. De paden waren soms slecht met veel losliggende stenen. We hoorden hier in de albergue dat er vandaag een Nederlandse vrouw ernstig is gevallen. We hebben zelf voorzichtig aan gedaan.
Het landschap is schitterend: groene weiden met vee, afgewisseld met eikenbossen en velden met bloemen. En steeds de besneeuwde toppen van de Montes de Leon dichtbij op de achtergrond.
In El Acebo, het eerste plaatsje in de afdaling, kwamen we aan rond 10:30. We zijn daar gestopt voor een laat ontbijt: een half stokbrood met daarop een Spaanse omelet (gigantisch ding met aardappels erin). Na de veldvlessen te hebben gevuld bij de dorpspomp zijn we verder gaan afdalen.
Tijdens de afdaling kwamen we door een schitterende onbewoonde vallei. het groen was jong en fris van het voorjaar. verder stond alles in bloei: witte brem, heide, lavendel, thijm, gele brem, paardebloemen, boterbloemen en nog veel bloemen waarvan wij de naam niet kennen. De lucht was zoet van de bloemenlucht.
In Molinaseca aan het einde van de afdaling hebben we in op een terras aan een riviertje bij een oude Romeinse brug iets gedronken. Schoenen en sokken uit en lekker even met de voeten omhoog. Dat was rond 12:30. We waren de bergen over voordat het echt heet werd.
Na ruim drie kwarties besloten we verder te lopen. Dat was een duidelijk voorbeeld van wandelcorvee: 8 km langs een weg zonder schaduw en een temperatuur van 28 graden: afzien!
Rond 15:15 waren we eindelijk bij de albergue van Ponferrada. Peter had het het laatste stuk zwaar net als ik twee dagen eerder op het laatste stuk naar Astorga.
De albergue van Ponferrada is eigendom van de parochie. Het is een zogenaamde donativo. Dat houdt in dat je mag geven wat je kan en wilt missen.
Nadat we ons hadden gedouched zijn we even de stad in gegaan. Als snel kwamen we tot de conclusie dat we de Spaanse dinertijd (vanaf 21:00 op zijn vroegst) niet zouden halen. We hebben dan ook maar twee blikken ravioli en een blik gehaktballetjes gekocht om met name de koolhydraten aan te vullen. In elke albergue is een keuken waar je zelf eten kan klaarmaken mits je ook je eigen rommel opruimt.
Peter heeft niet veel gegeten is vroeg op bed gaan liggen. Hij voelt zich niet erg lekker. Hopelijk knapt hij op van een goede nachtrust. als hij zich morgen beter voelt hebben we morgen een vrij vlakke etappe voor de boeg door de wijnvelden. Zelf ben ik na ruim negen uur lopen (38 km!) door de bergen trouwens ook wel toe aan wat rust.
Peter en ik kwamen rond 5:30 tot de conclusie dat verder in bed blijven geen zin had. We besloten daarom om ook op te staan. Om 5:55 stonden wij bepakt en bezakt buiten. Het was nog donker (de zon gaat hier op het moment rond 6:45 op). In het licht van de volle maan zijn wij op pad gegaan. Soms was het wel wat zoeken en uitkijken op de schemrige bergpaden. Voordeel was wel dat het nog lekker fris was.
Na iets meer dan een uur kwamen wij in het volgende dorpje aan. Daar kwamen net de eerste perigrinos uit de albergues om ook aan de tocht te beginnen.
We hebben genoten van een prachtige zonsopkomst in de bergen.
Toen we rond 7:15 bij het Cruz de Hierro waren, met 1500 m het hoogste punt van de tocht, hebben we daar beiden een steentje achtergelaten dat we van thuis hadden meegenomen. Zo hoort het volgens de traditie en wie zijn wij om ons daar niet aan te houden.
Nu is er niet één maar zijn er twee toppen vlakbij elkaar waar je overheen moet. In het dal daartussen hoorden wij opeens Gregoriaans gezang. Blijkt daar een stel oude hippies ook een regufio te zijn begonnen. De stroom komt van zonnecellen en van de accu van een oude Landrover. De sfeer is er erg relaxed. Je kan er koffie, water of vruchtensap pakken en dan mag je bij een collectebus bij de ingang geven wat je er voor over hebt.
Na de tweede top volgde de afdaling naar 500 m. Dat was vaak erg steil. De paden waren soms slecht met veel losliggende stenen. We hoorden hier in de albergue dat er vandaag een Nederlandse vrouw ernstig is gevallen. We hebben zelf voorzichtig aan gedaan.
Het landschap is schitterend: groene weiden met vee, afgewisseld met eikenbossen en velden met bloemen. En steeds de besneeuwde toppen van de Montes de Leon dichtbij op de achtergrond.
In El Acebo, het eerste plaatsje in de afdaling, kwamen we aan rond 10:30. We zijn daar gestopt voor een laat ontbijt: een half stokbrood met daarop een Spaanse omelet (gigantisch ding met aardappels erin). Na de veldvlessen te hebben gevuld bij de dorpspomp zijn we verder gaan afdalen.
Tijdens de afdaling kwamen we door een schitterende onbewoonde vallei. het groen was jong en fris van het voorjaar. verder stond alles in bloei: witte brem, heide, lavendel, thijm, gele brem, paardebloemen, boterbloemen en nog veel bloemen waarvan wij de naam niet kennen. De lucht was zoet van de bloemenlucht.
In Molinaseca aan het einde van de afdaling hebben we in op een terras aan een riviertje bij een oude Romeinse brug iets gedronken. Schoenen en sokken uit en lekker even met de voeten omhoog. Dat was rond 12:30. We waren de bergen over voordat het echt heet werd.
Na ruim drie kwarties besloten we verder te lopen. Dat was een duidelijk voorbeeld van wandelcorvee: 8 km langs een weg zonder schaduw en een temperatuur van 28 graden: afzien!
Rond 15:15 waren we eindelijk bij de albergue van Ponferrada. Peter had het het laatste stuk zwaar net als ik twee dagen eerder op het laatste stuk naar Astorga.
De albergue van Ponferrada is eigendom van de parochie. Het is een zogenaamde donativo. Dat houdt in dat je mag geven wat je kan en wilt missen.
Nadat we ons hadden gedouched zijn we even de stad in gegaan. Als snel kwamen we tot de conclusie dat we de Spaanse dinertijd (vanaf 21:00 op zijn vroegst) niet zouden halen. We hebben dan ook maar twee blikken ravioli en een blik gehaktballetjes gekocht om met name de koolhydraten aan te vullen. In elke albergue is een keuken waar je zelf eten kan klaarmaken mits je ook je eigen rommel opruimt.
Peter heeft niet veel gegeten is vroeg op bed gaan liggen. Hij voelt zich niet erg lekker. Hopelijk knapt hij op van een goede nachtrust. als hij zich morgen beter voelt hebben we morgen een vrij vlakke etappe voor de boeg door de wijnvelden. Zelf ben ik na ruim negen uur lopen (38 km!) door de bergen trouwens ook wel toe aan wat rust.
dinsdag 27 april 2010
Van Astorga naar Rabanal del Camino
Afgelopen nacht ging het licht om 22.30 uit. Iedereen behoort dan op bed te liggen. Dus braaf om 22.20 in bed. Het was een onrustige nacht. Zo veel van die stinkende peregrinos op een zaal op nog geen meter van elkaar af in stapelbedjes kunnen veel lwaai maken. Het ongeluk trof ons¨de wereldkampioen snurken en een slijn opgevende COPD patient lagen op enkel bedjes afstand. Gelukkig toch snel in slaap gevallen door de vermoeidheid. Wel geregeld wakker geweest.
Om 5.30 wakker: de eerste peregrinos vonden het tijd. Om 6.30 zijn wij opgestaan en om 7.15 in de ochtendschemer op pad. Heerlijk koel. Helaas wel wat last van enkele blaren. De tocht van vandaag was gelukkig niet zo lang.
Na een uurtje hebben wij in een pitoresk spaans dorpje een goed ontbijt genuttigd met oa verse jus. Zalig.
De omgeving wordt steeds mooier. De besneeuwde toppen van de bergen van de streek Leon komen dichterbij en zijn nu goed zichtbaar. Gestaag ging de weg omhoog. Aan de vegetatie is goed te zien dat we wat hoger komen. De lente komt hier zelfs nog later dan in Nederland. De temperatuur neemt toe naar een graad of 25. Het zonnetje begint in kracht toe te nemen en heeft vrij spel. De laaste paar kilometer naar Rabanal del Camino is het steil omhoog. Gisteren hebben we zorgvuldig een herberg uitgekozen die toch iets meer privacy geeft. Een 4 persoonskamer. Om 12.00 kwamen we aan en hebben we besloten de voeten even wat rust te geven voor de zware etappe morgen. De blaren doorgeprikt, de was gedaan, in het zonnetje gelegen en wat gegeten en gedronken. Op naar morgen.
Om 5.30 wakker: de eerste peregrinos vonden het tijd. Om 6.30 zijn wij opgestaan en om 7.15 in de ochtendschemer op pad. Heerlijk koel. Helaas wel wat last van enkele blaren. De tocht van vandaag was gelukkig niet zo lang.
Na een uurtje hebben wij in een pitoresk spaans dorpje een goed ontbijt genuttigd met oa verse jus. Zalig.
De omgeving wordt steeds mooier. De besneeuwde toppen van de bergen van de streek Leon komen dichterbij en zijn nu goed zichtbaar. Gestaag ging de weg omhoog. Aan de vegetatie is goed te zien dat we wat hoger komen. De lente komt hier zelfs nog later dan in Nederland. De temperatuur neemt toe naar een graad of 25. Het zonnetje begint in kracht toe te nemen en heeft vrij spel. De laaste paar kilometer naar Rabanal del Camino is het steil omhoog. Gisteren hebben we zorgvuldig een herberg uitgekozen die toch iets meer privacy geeft. Een 4 persoonskamer. Om 12.00 kwamen we aan en hebben we besloten de voeten even wat rust te geven voor de zware etappe morgen. De blaren doorgeprikt, de was gedaan, in het zonnetje gelegen en wat gegeten en gedronken. Op naar morgen.
maandag 26 april 2010
Van Villar de Mazarife naar Astorga
Astorga, maandag 26 april 2010
Vandaag een lang stuk gelopen. Ca. 35 km. Het eerste stuk was wat Joyce Roodnat (wandelverslaggeefster NRC) wandelcorvee noemt: een lange rechte weg over de Paramo. Zo noemen ze de hoogvlakte hier.
Bij elk dorp staat een zonne-energie centrale die het dorp voorziet van elekriciteit.
Na de oude Romeinse brug bij Puente y Hopital de Orbigo werd het landschap interessanter. Nadat we nog wat hadden gegeten in de zeer basic dorpsbar van Santibanez gingen we de heuvels in. Een prachtig gebied van eikenbossen afgewisseld met groene velden. We kwamen ook nog een schaapsherder tegen met kudde en honden.
Het was behoorlijk warm in de heuvels en er waren soms steile stukken. We waren dan ook blij dat we aan het einde van de heuvels een stalletje zagen staan met fruit, vruchtensappen, gedroogde vruchten, koekjes en dergelijke. Alles gratis, met een bordje erbij dat je wat kan geven als je dat wilt.
Vlak daarna kwamen we bij een kruisbeeld. Van daar zagen we Asterga al liggen en hadden we het gevoel dat we er bijna waren. Dat viel tegen er volgden nog 7 km in de brandende zon met op het laatst een erg steile klim naar de mooie stad. De gemeenteherberg had alleen nog plaats op zolder en zag er niet leuk uit. We zijn doorgelopen naar een particuliere herberg bij de kathedraal. Daar hebben we onze bedden uitgezocht op de slaapzaal. We slapen daar met ca. 30 andere onwelriekende peregrinos.
Na aankomst hebben we gedouched en onze vuile kleren gewassen. Daarna zijn we een paar biertjes gaan drinken in de stad en vervolgens hebben we ergens het menu van de dag gegeten. 12 Eur pp incl een fles rode wijn. Het was nog lekker ook!
Nu zitten we op de binnenplaats van de herberg aan de wijn. Bigspender Peter heeft bij de supermercado om de hoek de allerduurste fles gekocht: 2,49 Eur!
Wat trouwens leuk is, is het contact met andere pelgrims. Je komt regelmatig dezelfde mensen tegen en je wisselt dan wat ervaringen uit.
Morgen hebben we een klimetappe. We gaan dan van 800 naar 1200 m over 21 km. Hopelijk geven hebben we geen last van de eerste blaartjes of van onze pijnlijke schouderspieren (het is wennen met 9 kg op je rug).
Blijf ons volgen en reageer, dat vinden wij leuk!
Vandaag een lang stuk gelopen. Ca. 35 km. Het eerste stuk was wat Joyce Roodnat (wandelverslaggeefster NRC) wandelcorvee noemt: een lange rechte weg over de Paramo. Zo noemen ze de hoogvlakte hier.
Bij elk dorp staat een zonne-energie centrale die het dorp voorziet van elekriciteit.
Na de oude Romeinse brug bij Puente y Hopital de Orbigo werd het landschap interessanter. Nadat we nog wat hadden gegeten in de zeer basic dorpsbar van Santibanez gingen we de heuvels in. Een prachtig gebied van eikenbossen afgewisseld met groene velden. We kwamen ook nog een schaapsherder tegen met kudde en honden.
Het was behoorlijk warm in de heuvels en er waren soms steile stukken. We waren dan ook blij dat we aan het einde van de heuvels een stalletje zagen staan met fruit, vruchtensappen, gedroogde vruchten, koekjes en dergelijke. Alles gratis, met een bordje erbij dat je wat kan geven als je dat wilt.
Vlak daarna kwamen we bij een kruisbeeld. Van daar zagen we Asterga al liggen en hadden we het gevoel dat we er bijna waren. Dat viel tegen er volgden nog 7 km in de brandende zon met op het laatst een erg steile klim naar de mooie stad. De gemeenteherberg had alleen nog plaats op zolder en zag er niet leuk uit. We zijn doorgelopen naar een particuliere herberg bij de kathedraal. Daar hebben we onze bedden uitgezocht op de slaapzaal. We slapen daar met ca. 30 andere onwelriekende peregrinos.
Na aankomst hebben we gedouched en onze vuile kleren gewassen. Daarna zijn we een paar biertjes gaan drinken in de stad en vervolgens hebben we ergens het menu van de dag gegeten. 12 Eur pp incl een fles rode wijn. Het was nog lekker ook!
Nu zitten we op de binnenplaats van de herberg aan de wijn. Bigspender Peter heeft bij de supermercado om de hoek de allerduurste fles gekocht: 2,49 Eur!
Wat trouwens leuk is, is het contact met andere pelgrims. Je komt regelmatig dezelfde mensen tegen en je wisselt dan wat ervaringen uit.
Morgen hebben we een klimetappe. We gaan dan van 800 naar 1200 m over 21 km. Hopelijk geven hebben we geen last van de eerste blaartjes of van onze pijnlijke schouderspieren (het is wennen met 9 kg op je rug).
Blijf ons volgen en reageer, dat vinden wij leuk!
zondag 25 april 2010
Van Leon naar Villar de Mazarife
De eerste etappe zit erop. Vandaag van Valladolid naar Leon gegaan per bus. Omdat het zondag is was reed de eerste trein pas om 12.15. We zouden dan pas om 14.00 in Leon zijn. We zijn daarom na uitgechecked te hebben uit het hotel in Leon, eerst naar het busstation gegaan. Daar kwamen we om 8.44 aan en ontdekten dat de bus naar Leon om 8.45 vertrok. Die hebben we dus gemist. De volgende bus ging om 10.45. Daarvoor hebben we kaartjes gekocht. De tijd daartussen hebben we heerlijk in de ochtendzon gezeten in een nog heel stil park tussen pauwen en ganzen.
De rit naar Leon ging uiteindelijk voorspoedig. De hoogvlakte is kaal en vlak. halverwege doemen de besneeuwde toppen van Picos de Europa op in de verte.
Om 13.00 uur waren we in Leon. In plaats van gelijk de camino op te gaan zijn we eerst de kathedraal gaan bekijken. Daar hebben we een elektronisch (...) kaarsje gebrand op de goede afloop (gooi een muntstuk in het apparaat en een aantal LED-kaarsjes gaat branden: erg modern...).
Het centrum van Leon is mooi met veel oude gebouwen. Leuk dat iedereen in Spanje in het weekend zo loopt te flaneren in de stad. Dat geeft een hoop levendigheid.
Bij de kathedraal zijn we dan uiteindelijk om 13:30 de camino op gegaan. Na eerst het centrum en de buitenwijken te zijn doorgelopen kwamen we op een industrieterrein terecht. Na een klein stukje langs en autoweg kwamen we op een leuk onverhard pad. We hebben een iets langere weg genomen. De ´officiële´ camino loopt langs een autoweg. De alternatieve route gaat door het land over merendeels onverharde wegen. We zijn een heel stuk door een heidegebied gelopen.
Opvallend is het grote aantal ooievaars onderweg. Hun nesten zitten werkelijk overal: op kerktorens, op palen, op daken van huizen enz.Verder zijn de mensen onderweg erg vriendelijk. Ze groeten vanuit de auto of wensen je ´buen viajo´ vanuit hun tuin. Hier in het dorp vroeg een oude man waar wij vandaan komen. Hij wees ons ook op het standbeeld van St Jacob dat naast de kerk voor onze herberg staat.
We slapen vanavond in een vier persoonskamer die we delen met een duitser van 43 die ook de camino loopt. We hebben net samen met hem gegeten. Het menu de dia van € 10,00 incl wijn en water. Michel, onze duitse room mate, heeft een apparaat waarmee hij heel precies zijn calorieverbuik kan meten (hij is niet voor niets arts). Dat gaf aan dat de tocht vanaf Leon hem ongeveer 3000 Kcal heeft gekost. Dat is twee keer zoveel als Sportypal aangeeft. Dus vanaf nu vermenigvuldigen we het energieverbruik dat dit programma aangeeft met twee.
De nordic walking stokken die ik in Amsterdam bij de Decathlon heb gekocht zijn super. Je loopt er sneller mee en het ontlast mijn recherkuit enorm. Bij het vertrek in Leon voelde ik mijn kuit nog een beetje maar sinds ik die stokkken gebruik heb ik nergens meer last van. Echt top. Bovendien loop ik volgens Peter veel sneller met die stokken en gaf Michael aan dat je energieverbuik stokken en stuk hoger ligt.
Morgen hebben we een stuk van bijna 30 km voor de boeg. We zijn van plan om rond een uur of negen te gaan lopen zodat we rond vier uur ergens zijn. Dan hebben we genoeg tijd om nog ergens te gaan zitten en wat te eten.
De weg naar Santiago wordt hier overigens ´el camino´ genoemd. Mensen in winkels, restaurants en herbergen wensen je steeds ´buen camino´.
De rit naar Leon ging uiteindelijk voorspoedig. De hoogvlakte is kaal en vlak. halverwege doemen de besneeuwde toppen van Picos de Europa op in de verte.
Om 13.00 uur waren we in Leon. In plaats van gelijk de camino op te gaan zijn we eerst de kathedraal gaan bekijken. Daar hebben we een elektronisch (...) kaarsje gebrand op de goede afloop (gooi een muntstuk in het apparaat en een aantal LED-kaarsjes gaat branden: erg modern...).
Het centrum van Leon is mooi met veel oude gebouwen. Leuk dat iedereen in Spanje in het weekend zo loopt te flaneren in de stad. Dat geeft een hoop levendigheid.
Bij de kathedraal zijn we dan uiteindelijk om 13:30 de camino op gegaan. Na eerst het centrum en de buitenwijken te zijn doorgelopen kwamen we op een industrieterrein terecht. Na een klein stukje langs en autoweg kwamen we op een leuk onverhard pad. We hebben een iets langere weg genomen. De ´officiële´ camino loopt langs een autoweg. De alternatieve route gaat door het land over merendeels onverharde wegen. We zijn een heel stuk door een heidegebied gelopen.
Opvallend is het grote aantal ooievaars onderweg. Hun nesten zitten werkelijk overal: op kerktorens, op palen, op daken van huizen enz.Verder zijn de mensen onderweg erg vriendelijk. Ze groeten vanuit de auto of wensen je ´buen viajo´ vanuit hun tuin. Hier in het dorp vroeg een oude man waar wij vandaan komen. Hij wees ons ook op het standbeeld van St Jacob dat naast de kerk voor onze herberg staat.
We slapen vanavond in een vier persoonskamer die we delen met een duitser van 43 die ook de camino loopt. We hebben net samen met hem gegeten. Het menu de dia van € 10,00 incl wijn en water. Michel, onze duitse room mate, heeft een apparaat waarmee hij heel precies zijn calorieverbuik kan meten (hij is niet voor niets arts). Dat gaf aan dat de tocht vanaf Leon hem ongeveer 3000 Kcal heeft gekost. Dat is twee keer zoveel als Sportypal aangeeft. Dus vanaf nu vermenigvuldigen we het energieverbruik dat dit programma aangeeft met twee.
De nordic walking stokken die ik in Amsterdam bij de Decathlon heb gekocht zijn super. Je loopt er sneller mee en het ontlast mijn recherkuit enorm. Bij het vertrek in Leon voelde ik mijn kuit nog een beetje maar sinds ik die stokkken gebruik heb ik nergens meer last van. Echt top. Bovendien loop ik volgens Peter veel sneller met die stokken en gaf Michael aan dat je energieverbuik stokken en stuk hoger ligt.
Morgen hebben we een stuk van bijna 30 km voor de boeg. We zijn van plan om rond een uur of negen te gaan lopen zodat we rond vier uur ergens zijn. Dan hebben we genoeg tijd om nog ergens te gaan zitten en wat te eten.
De weg naar Santiago wordt hier overigens ´el camino´ genoemd. Mensen in winkels, restaurants en herbergen wensen je steeds ´buen camino´.
Valladolid
Zaterdag 24 april 2010, Valladolid 23.30,
Op het terras na een heerlijke dis. Het is een zwoele avond. De 'Valladoliders' flaneren jong en oud opgedirkt op de zaterdagavond door de mooie stad. Oude gebouwen, lekker sfeertje.
Een goede reisdag gehad. Vliegtuig precies op sçhema.
In Valladolid in het hotel ingechekt en even naar het station gelopen. Pech, de eerste trein naar Leon gaat op zondag om 12.15 en doet er 1,5 uur over. Morgenochtend kijken we of de bus een alternatief is. Zo meteen slapen en morgen de eerste wandeldag.
Op het terras na een heerlijke dis. Het is een zwoele avond. De 'Valladoliders' flaneren jong en oud opgedirkt op de zaterdagavond door de mooie stad. Oude gebouwen, lekker sfeertje.
Een goede reisdag gehad. Vliegtuig precies op sçhema.
In Valladolid in het hotel ingechekt en even naar het station gelopen. Pech, de eerste trein naar Leon gaat op zondag om 12.15 en doet er 1,5 uur over. Morgenochtend kijken we of de bus een alternatief is. Zo meteen slapen en morgen de eerste wandeldag.
vrijdag 23 april 2010
Nog 1 dag
Peter, Vlissingen 23 april 12.00 uur
nog 1 dag. Op het werk de laatste zaken regelen en vanmiddag de rugzak inpakken. Buiten een mooi zeeuws zonnetje wat het enthousiastme alleen maar doet toenemen.
nog 1 dag. Op het werk de laatste zaken regelen en vanmiddag de rugzak inpakken. Buiten een mooi zeeuws zonnetje wat het enthousiastme alleen maar doet toenemen.
dinsdag 20 april 2010
Peter, Vlissingen maandag 19 april
Zo, eindelijk de tijd genomen om mijn eerste stukje voor de blog te schrijven. Na een voorbereiding met hindernissen ben ik zo langzamerhand klaar voor de reis. In de hectiek van alle dag ben te weinig toegekomen aan de voorbereiding. Natuurlijk, spulletjes gekocht, zo nu en dan iets gelezen, elke dag een uurtje lopen met de hond maar dat was het dan wel. Het drukke leven neemt je in beslag en juist daarom verwacht ik veel van Santiago. Alhoewel, ik heb in het verleden geleerd dat je zo iets het beste in kan gaan met de instelling van "we zien wel"en je vervolgens elke dag te "verbazen" om datgene wat je rond je heen ziet. Dus dat gaan we dan ook maar zo doen. Zoals mijn vriend Marc al heeft geschreven kennen wij elkaar al heel erg lang (bijna 40 jaar) en wel van de eerste klas lagere school. Na een jeugd met heel veel windsurfen, lekker stappen, de opleiding HTS en Fysiotherapie zijn onze wegen wat uit elkaar gegaan. Marc woont in Soest en ik woon in Vlissingen. Toch hebben we altijd contact gehouden en zien we elkaar nog een aantal keer per jaar. Toen Marc mij vorig jaar september belde en vroeg of ik mee wilde gaan heb ik niet lang getwijfeld. Natuurlijk eerst overleg met het thuisfront. Annet moet het dan wel even 2 weken alleen doen met 4 kinderen en een hond. Alle steun en een enthousiast "moet je doen". Dus daar gaan we dan, aanstaande zaterdag. Tenminste als de IJslandse vulkaan geen "as in het eten gooit". De fysieke voorbereiding is matig geweest. Door de drukte maar ook door een zweepslagje waarover Marc al heeft geschreven. Vandaag hebben we even gebeld en toen Marc vroeg hoe het met mijn kuit ging kon ik gelukkig zeggen dat het goed gaat: ik kon gisteren al 5 uur in het zonnetje op het terras van de strandtent de Zilvermeeuw in Dishoek zitten. Toch is het gelukt om de schoenen in te lopen en af en toe een wat langere wandeling met onze hond Joep door de duinen te maken. De rest doen we op karakter en nogmaals: we zien wel.
Zo, eindelijk de tijd genomen om mijn eerste stukje voor de blog te schrijven. Na een voorbereiding met hindernissen ben ik zo langzamerhand klaar voor de reis. In de hectiek van alle dag ben te weinig toegekomen aan de voorbereiding. Natuurlijk, spulletjes gekocht, zo nu en dan iets gelezen, elke dag een uurtje lopen met de hond maar dat was het dan wel. Het drukke leven neemt je in beslag en juist daarom verwacht ik veel van Santiago. Alhoewel, ik heb in het verleden geleerd dat je zo iets het beste in kan gaan met de instelling van "we zien wel"en je vervolgens elke dag te "verbazen" om datgene wat je rond je heen ziet. Dus dat gaan we dan ook maar zo doen. Zoals mijn vriend Marc al heeft geschreven kennen wij elkaar al heel erg lang (bijna 40 jaar) en wel van de eerste klas lagere school. Na een jeugd met heel veel windsurfen, lekker stappen, de opleiding HTS en Fysiotherapie zijn onze wegen wat uit elkaar gegaan. Marc woont in Soest en ik woon in Vlissingen. Toch hebben we altijd contact gehouden en zien we elkaar nog een aantal keer per jaar. Toen Marc mij vorig jaar september belde en vroeg of ik mee wilde gaan heb ik niet lang getwijfeld. Natuurlijk eerst overleg met het thuisfront. Annet moet het dan wel even 2 weken alleen doen met 4 kinderen en een hond. Alle steun en een enthousiast "moet je doen". Dus daar gaan we dan, aanstaande zaterdag. Tenminste als de IJslandse vulkaan geen "as in het eten gooit". De fysieke voorbereiding is matig geweest. Door de drukte maar ook door een zweepslagje waarover Marc al heeft geschreven. Vandaag hebben we even gebeld en toen Marc vroeg hoe het met mijn kuit ging kon ik gelukkig zeggen dat het goed gaat: ik kon gisteren al 5 uur in het zonnetje op het terras van de strandtent de Zilvermeeuw in Dishoek zitten. Toch is het gelukt om de schoenen in te lopen en af en toe een wat langere wandeling met onze hond Joep door de duinen te maken. De rest doen we op karakter en nogmaals: we zien wel.
Abonneren op:
Posts (Atom)













