Donderdag 6 mei 2010.
Uitstekend geslapen. We lagen in een zaaltje van 6 bedden waar behalve wij een Spaans stel sliep. Hij had hetzelfde probleem met de pees van zijn voet als ik heb gehad. Peter heeft hem verbonden zodat hij in elk geval in staat is om de laatste kilometers naar Santiago te lopen. Ze hebben ons daarvoor hartelijk bedankt.
Onderweg ergens ontbeten met koffie, toast en vruchtensap. Onderweg kwamen we diverse bekenden tegen: onze drie Duitse vrienden uit Mannheim en de Canadese vrouw die de camino samen met haar dochter loopt.
Aangekomen op het grote plein voor de kathedraal van Santiago liepen we Antonio tegen het lijf. Een Spanjaard met wie we in O Cebreiro hebben gedineerd. Antonio wees ons waar het Oficina di Perigrinos is. Dat is het kantoor waar je je aan kan melden als de camino hebt gelopen. Ze kijken dan naar je stempels (overal waar je komt kan je je pelgrimspaspoort laten afstempelen) en registreren je. Vervolgens krijg je je compostela. De brief die bewijst dat je de pelgrimstocht hebt afgelegd.
Na deze formaliteiten zijn we naar het hotel gegaan. De vriend van Anke, Peter zijn zus, wist nog een ´aardig hotelletje´ in Santiago en had vast een kamer voor ons gereserveerd. Dat aardige hotelletje blijkt het paradores hotel 'Hostal Dos Reis Catolicos' te zijn, het voormalige koninklijke pelgrimshospitaal uit 1499 dat aan het grote plein schuine tegenover de kathedraal ligt. Het is nu een schitterend hotel met vier binnentuinen geheel ingericht met antiek en met olieverfschilderijen aan de muren. Volgens de website van het hotel is het waarschijnlijk het oudste nog bestaande hotel ter wereld. Een groter contrast met de herbergen waar we de afgelopen weken hebben verbleven is ook niet mogelijk. Decadent maar wel heerlijk al die luxe na twee weken erg basic te hebben geleefd.
Zoals de traditie vereist, zijn we om 18.00 naar de mis geweest in de kathedraal. Het leuke is dat je daar iedereen tegenkomt - gelovig of niet - die je in de weken daarvoor hebt leren kennen.
Na de mis wat gedronken met de vier Spaanse mannen uit Santander. Daarna hebben Peter en ik een tapasbar opgezocht. Binnen no time zaten we daar met een stuk of 8 andere peregrinos die we hebben leren kennen. Spanjaarden, een Italiaan, Duitsers en zelfs een Nederlander. Beregezellig. We zijn een beetje van bar naar bar geboemeld en hebben behalve wat wijn gedronken (nou ja, wat wijn...) ook de nodige tapas gegeten. Santiago bruist echt ´s-avonds. Rond 12.00 na een geslaagde avond zeer voldaan naar ons paleis teruggegaan.
vrijdag 7 mei 2010
Van Melide naar Santa Irene
Woensdag 5 mei 2010.
We hadden even geen toegang tot internet dus de blog loopt wat achter.
Gisteravond (4 mei) inderdaad gegeten bij Ezequiel. De in Spanje zeer bekende pulperia. Pulpa, octopus, is niet echt ons ding maar de andere specialiteiten en de witte wijn waren heerlijk.
Bij Ezequiel zit je aan lange houten tafels samen met andere gasten. De vier Spaanse mannen die we constant tegenkomen waren er ook. Volgens één van hen is eten bij Ezequiel net zo´n verplichting voor peregrinos als het bezoeken van de mis in de kathedraal van Santiago.
Vanmorgen om 7.30 uit het hotel vertrokken. Onderweg ontbeten en gelunched. Er lekker trouwens, een bocadillo con una tortilla Frances y bacon, ofwel een broodje (half stokbrood) met omelet en bacon.
Rond 16.00 uur gearriveerd bij de gemeentelijke herberg van Santa Irene. De boiler was leeg dus ik moest het doen met koud water. Peter had nog wel warm water. Blijkbaar het laatste restje.
Ongewassen gaan eten: een goede biefstuk met een fles Rioja Crianza erbij.
Morgen de laatste 23 km naar Santiago.
We hadden even geen toegang tot internet dus de blog loopt wat achter.
Gisteravond (4 mei) inderdaad gegeten bij Ezequiel. De in Spanje zeer bekende pulperia. Pulpa, octopus, is niet echt ons ding maar de andere specialiteiten en de witte wijn waren heerlijk.
Bij Ezequiel zit je aan lange houten tafels samen met andere gasten. De vier Spaanse mannen die we constant tegenkomen waren er ook. Volgens één van hen is eten bij Ezequiel net zo´n verplichting voor peregrinos als het bezoeken van de mis in de kathedraal van Santiago.
Vanmorgen om 7.30 uit het hotel vertrokken. Onderweg ontbeten en gelunched. Er lekker trouwens, een bocadillo con una tortilla Frances y bacon, ofwel een broodje (half stokbrood) met omelet en bacon.
Rond 16.00 uur gearriveerd bij de gemeentelijke herberg van Santa Irene. De boiler was leeg dus ik moest het doen met koud water. Peter had nog wel warm water. Blijkbaar het laatste restje.
Ongewassen gaan eten: een goede biefstuk met een fles Rioja Crianza erbij.
Morgen de laatste 23 km naar Santiago.
dinsdag 4 mei 2010
Van Gonzar naar Melide
Dinsdag 4 mei 2010.
Goed geslapen in de gemeentelijke albergue van Gonzar. We sliepen op een zaal met zo´n twintig anderen dus de voorronden voor het WK snurken waren in volle gang. We kwamen ook hier weer bekenden tegen. Een paar Duitsers en een Spaanse moeder met zoon en dochter met wie we in Sarria aan de orujo hebben gezeten. Dat schept duidelijk een band want zodra ze mij zag riep ze enthousiast ´Marco que tal?´, ook vroeg ze waar ´Pedro´ was.
Vanmorgen om even voor 7.00 opgestaan en om 7.30 op pad.
Het ritueel is doorgaans als volgt. Op een zeker moment staat iemand op en begint in het schijnsel van zijn zaklamp of GSM zijn spulletjes bij elkaar te zoeken. Daar word je wakker van. Je blijft nog even liggen om de anderen niet voor de voeten te lopen en als je denkt dat je redelijk je spullen kunt inpakken sta je zelf op. je trekt je shirt en je broek aan (douchen heb je de avond ervoor al gedaan). Vervolgens rol je je slaapzak op en propt hem in zijn hoes. Je slaapzak en je kussensloop stop je in je rugzak. Daarna ga je naar toilet en poets je je tanden. Op de terugweg haal je je schoenen uit het schoenenrek dat zich om reukredenen altijd op de gang buiten de slaapruimte bevindt. Teruggekomen zoek je je overgebleven spullen bij elkaar en stop je ze in je rugzak. Je trekt je schoenen aan, doet je rugzak op en je vertrekt. Dat alles duurt 15 tot 20 minuten.
De etappe van vandaag was ongeveer 33 km lang. Het weer was koud (ca. 12 gr) met nu en dan een bui. Er stond ook een harde noordenwind. Het landschap is mooi en leuk om doorheen te lopen, het lijkt wat op Bretagne. De laatste 5 km waren wandelcorvee.
De herberg bleek wegens verbouwing gesloten te zijn dus we hebben een hotelkamer genomen. Onze Duitse vrienden uit Mannheim blijken hier ook een kamer te hebben gehuurd.
Er schijnt hier een, in Spanje, beroemde pulperia te zijn genaamd Ezequiel. Een pulperia is een visrestaurant waar je pulpa eet. Pulpa zijn stukjes octopus even gebakken in olie en met kruiden eroverheen. Het is niet hetzelfde als calamares (gepaneerde inktvisringen) of chiperones (pijlinktvisjes in knoflooksaus). Ondanks onze vermoeide benen en het frisse weer gaan we dadelijk even kijken of we die beroemde pulpa kunnen proeven.
Morgen lopen we de op één na laatste etappe naar Pedrouzo. Wederom een stuk van zo´n 33 km. Dan hebben we in drie dagen tijd toch bijna 100 km in de benen.
Goed geslapen in de gemeentelijke albergue van Gonzar. We sliepen op een zaal met zo´n twintig anderen dus de voorronden voor het WK snurken waren in volle gang. We kwamen ook hier weer bekenden tegen. Een paar Duitsers en een Spaanse moeder met zoon en dochter met wie we in Sarria aan de orujo hebben gezeten. Dat schept duidelijk een band want zodra ze mij zag riep ze enthousiast ´Marco que tal?´, ook vroeg ze waar ´Pedro´ was.
Vanmorgen om even voor 7.00 opgestaan en om 7.30 op pad.
Het ritueel is doorgaans als volgt. Op een zeker moment staat iemand op en begint in het schijnsel van zijn zaklamp of GSM zijn spulletjes bij elkaar te zoeken. Daar word je wakker van. Je blijft nog even liggen om de anderen niet voor de voeten te lopen en als je denkt dat je redelijk je spullen kunt inpakken sta je zelf op. je trekt je shirt en je broek aan (douchen heb je de avond ervoor al gedaan). Vervolgens rol je je slaapzak op en propt hem in zijn hoes. Je slaapzak en je kussensloop stop je in je rugzak. Daarna ga je naar toilet en poets je je tanden. Op de terugweg haal je je schoenen uit het schoenenrek dat zich om reukredenen altijd op de gang buiten de slaapruimte bevindt. Teruggekomen zoek je je overgebleven spullen bij elkaar en stop je ze in je rugzak. Je trekt je schoenen aan, doet je rugzak op en je vertrekt. Dat alles duurt 15 tot 20 minuten.
De etappe van vandaag was ongeveer 33 km lang. Het weer was koud (ca. 12 gr) met nu en dan een bui. Er stond ook een harde noordenwind. Het landschap is mooi en leuk om doorheen te lopen, het lijkt wat op Bretagne. De laatste 5 km waren wandelcorvee.
De herberg bleek wegens verbouwing gesloten te zijn dus we hebben een hotelkamer genomen. Onze Duitse vrienden uit Mannheim blijken hier ook een kamer te hebben gehuurd.
Er schijnt hier een, in Spanje, beroemde pulperia te zijn genaamd Ezequiel. Een pulperia is een visrestaurant waar je pulpa eet. Pulpa zijn stukjes octopus even gebakken in olie en met kruiden eroverheen. Het is niet hetzelfde als calamares (gepaneerde inktvisringen) of chiperones (pijlinktvisjes in knoflooksaus). Ondanks onze vermoeide benen en het frisse weer gaan we dadelijk even kijken of we die beroemde pulpa kunnen proeven.
Morgen lopen we de op één na laatste etappe naar Pedrouzo. Wederom een stuk van zo´n 33 km. Dan hebben we in drie dagen tijd toch bijna 100 km in de benen.
Van Sarria naar Gonzar
Maandag 3 mei 2010.
Vandaag stond de route Sarria-Portomarin op de planning. 22 km totaal. Vanmorgen om 6.00 ging de wekker bij de twee oude Duitse kamergenoten dus al vroeg wakker. Zonder hoofdpijn! Op zich is dat niet zo bijzonder ware het niet dat de herberg waar we sliepen een avondje kampvuur met gratis (en wij geloven zelfgestookte) orujo (oroego) had georganiseerd. San Marco en San Pedro hebben in allerlei talen uitgebreid gelachen en genoten van een zeer divers Spaans gezelschap. In orujo zit blijkbaar de heilige geest; ineens konden we elkaar allemaal verstaan...
Beregezellig, en lekker voldaan gaan slapen. Ook dat maakt de camino bijzonder.
Rond 7.30 op pad. Slecht weer. Koud en geregeld regen . Gelukkig verlaten de fysieke klachten ons gaande weg. Een mooie omgeving, wat minder berg- maar wel heuvelachtig. Om ongeveer 13:30 aangekomen in Portomarin en na een goede lunch besloten om wat verder te lopen.
Voor morgen staat 40 km en nu kunnen we dat beperken tot 32 door in het volgende dorpje te overnachten. Aldus vandaag 30 km gelopen. Best moe en en naar bed.
Morgen gaan San Pedro en San Marco verder; op zoek naar San Xacobeo....
Vandaag stond de route Sarria-Portomarin op de planning. 22 km totaal. Vanmorgen om 6.00 ging de wekker bij de twee oude Duitse kamergenoten dus al vroeg wakker. Zonder hoofdpijn! Op zich is dat niet zo bijzonder ware het niet dat de herberg waar we sliepen een avondje kampvuur met gratis (en wij geloven zelfgestookte) orujo (oroego) had georganiseerd. San Marco en San Pedro hebben in allerlei talen uitgebreid gelachen en genoten van een zeer divers Spaans gezelschap. In orujo zit blijkbaar de heilige geest; ineens konden we elkaar allemaal verstaan...
Beregezellig, en lekker voldaan gaan slapen. Ook dat maakt de camino bijzonder.
Rond 7.30 op pad. Slecht weer. Koud en geregeld regen . Gelukkig verlaten de fysieke klachten ons gaande weg. Een mooie omgeving, wat minder berg- maar wel heuvelachtig. Om ongeveer 13:30 aangekomen in Portomarin en na een goede lunch besloten om wat verder te lopen.
Voor morgen staat 40 km en nu kunnen we dat beperken tot 32 door in het volgende dorpje te overnachten. Aldus vandaag 30 km gelopen. Best moe en en naar bed.
Morgen gaan San Pedro en San Marco verder; op zoek naar San Xacobeo....
zondag 2 mei 2010
Van TriaCastela naar Sarria
Gisteravond eerst wat geborreld in de zon en daarna wat gegeten. Een Duitse en een ZuidAfrikaanse peligrina die we al eerder hadden ontmoet schoven aan. Aan de tafel naast ons zaten de drie (het waren er intussen vier geworden) Spaanse mannen van een jaar of 65 te eten die we ook steeds tegenkomen onderweg. De begroeting met deze mannen worden steeds hartelijker. We zijn nu in het stadium dat we worden begroet met een luidruchtig 'ola hombres' en hartelijk schoudergeklop. Dat is ook het leuke van deze tocht. De band die je krijgt met de medepeligrinos. Na de maaltijd en de nodige lokale borrels, orujo genheten, zijn we gaan slapen. Echter niet dan nadat we de vier Spaanse mannen orujos hadden aangeboden die enthousiast werden aanvaard.
Vanmorgen lekker uitgeslapen. Dat betekent hier om 6 uur opstaan... Na een ontbijt in de bar schuin tegenover onze albergue, gingen we om 7.15 lopen.
Een tocht die grotendeels over zogeheten 'correidoras' gaat. Dit zijn onverharde holle wegen die hier door het landschap lopen. Het landschap is prachtig. Heel groen. Veel eikenbossen, ruisende beekjes, kleine weilanden met vertikale leistenen als afscheiding en bloeiende heide op de heuveltoppen.
Halverwege de ochtend hebben we ergens 'cafe solo grande' gedronken met een stuk Santiagotaart (taart met amandelen). Rond 13.30 waren we in Sarria. Daar hebben we een particuliere albergue gevonden in het oude centrum. De albergue zit in een prachtig oud huis dat van een dokter is geweest. Het doet mij denken aan het huis van de dokter uit het boek 'Liefde in tijden van cholera' van Gabriel Garcia Marquez. Statig met een mooie binnenplaats. De eigenaar nodigde ons uit om vanavond bij de grote stenen schouw gratis zelfgestookte orujo te komen drinken. In het kader van ons onderzoek gaan we dat zeker doen...
Na te hebben gedouched, zijn we wat gaan een een eindje verderop. En wie zaten daar ook te eten? Onze vier Spaanse mannen. We werden nog hartelijker begroet dan hiervoor. Eén van hen, gelukkig degene die met een Engelse is getrouwd, kwam nog bij ons aan tafel zitten voor een praatje. Ze zijn al eeuwenlang vrienden en komen uit Santander. Ze lopen regelmatig met elkaar in de bergen en sinds vier jaar steeds een stuk van de camino. Ze zijn ooit begonnen aan de Franse kant van de Pyreneeën.
Het terras lag aan de camino. Terwijl wij onze chiperones (pijlinktisjes in knoflooksaus) zaten te eten kwamen er meer bekenden langslopen. Een aantal Spanjaarden maar ook onze Venezuelaanse pelegrino.
Vanmiddag hebben we rustig aangedaan om de spieren en pezen een beetje de kans te geven weer op adem te komen.
Morgen volgt ook een korte etappe waarbij wij langs het punt komen waar Santiago nog maar 100 km weg is. Er staat sinds het 150 km punt trouwens elke 500 m een betonnen paal die aangeeft hoever het nog is tot Santiago.
Vanmorgen lekker uitgeslapen. Dat betekent hier om 6 uur opstaan... Na een ontbijt in de bar schuin tegenover onze albergue, gingen we om 7.15 lopen.
Een tocht die grotendeels over zogeheten 'correidoras' gaat. Dit zijn onverharde holle wegen die hier door het landschap lopen. Het landschap is prachtig. Heel groen. Veel eikenbossen, ruisende beekjes, kleine weilanden met vertikale leistenen als afscheiding en bloeiende heide op de heuveltoppen.
Halverwege de ochtend hebben we ergens 'cafe solo grande' gedronken met een stuk Santiagotaart (taart met amandelen). Rond 13.30 waren we in Sarria. Daar hebben we een particuliere albergue gevonden in het oude centrum. De albergue zit in een prachtig oud huis dat van een dokter is geweest. Het doet mij denken aan het huis van de dokter uit het boek 'Liefde in tijden van cholera' van Gabriel Garcia Marquez. Statig met een mooie binnenplaats. De eigenaar nodigde ons uit om vanavond bij de grote stenen schouw gratis zelfgestookte orujo te komen drinken. In het kader van ons onderzoek gaan we dat zeker doen...
Na te hebben gedouched, zijn we wat gaan een een eindje verderop. En wie zaten daar ook te eten? Onze vier Spaanse mannen. We werden nog hartelijker begroet dan hiervoor. Eén van hen, gelukkig degene die met een Engelse is getrouwd, kwam nog bij ons aan tafel zitten voor een praatje. Ze zijn al eeuwenlang vrienden en komen uit Santander. Ze lopen regelmatig met elkaar in de bergen en sinds vier jaar steeds een stuk van de camino. Ze zijn ooit begonnen aan de Franse kant van de Pyreneeën.
Het terras lag aan de camino. Terwijl wij onze chiperones (pijlinktisjes in knoflooksaus) zaten te eten kwamen er meer bekenden langslopen. Een aantal Spanjaarden maar ook onze Venezuelaanse pelegrino.
Vanmiddag hebben we rustig aangedaan om de spieren en pezen een beetje de kans te geven weer op adem te komen.
Morgen volgt ook een korte etappe waarbij wij langs het punt komen waar Santiago nog maar 100 km weg is. Er staat sinds het 150 km punt trouwens elke 500 m een betonnen paal die aangeeft hoever het nog is tot Santiago.
zaterdag 1 mei 2010
Van O Cebreiro naar Triacastela
Zaterdag 1 mei 2010.
Vannacht was het erg onrustig op de grote slaapzaal. Om 0.00 uur klom er nog en half dronken Spanjaard door de ramen naar binnen. Na enig getik op de ruit deden zijn maatjes graag voor hem open. Het was warm. Een poging om een raampje open te zetten werd direct teniet gedaan door een koreaanse. Vriendelijk gniffelend naar iedereen deed ze met een heel charmant hoofd knikje elk net geopend raam weer snel dicht. Toen de half dronken luidruchtige Spaanse peregrino uiteindelijk sliep konden wij ook slapen. En jawel, om 6.00 stapten de eerste pelgrims weer uit bed. Dus ook maar op. De route van vandaag heeft als naam "de Poorten van de hemel". De hemel zat vandaag in een dikke koude wolk. Voor het eerst met regenpak op pad gevolgd door twee duitse dames die in de mist niet graag alleen de route wilden volgen. Na eerst nog een pittig stukje klimmen ging het geleidelijk omlaag.
Zo langzamerhand trok de bewolking weg en verscheen er zo nu en dan een zonnetje. Inderdaad, een schitterend gebied. Vol groen, paarse hei, bloesem. We hebben rustig gelopen.
De bestemming Triacastela is een leuk klein plaatsje en vandaag hebben we een mooie kleine particuliere herberg. We slapen op een kamer met twee oude duitse dames. Die kunnen nooit zoveel lawaai maken als 45 peregrinos in één grote zaal. Althans, daar gaan we vanuit.
Overgigens is dit een belangrijke dag want mijn schoonmoeder, Ria de Lange, is jarig. 70 jaar! Ma, van harte en hiep hiep hoera!! Jullie zijn van harte uitgenodigd haar te feliciteren. delangera@zeelandnet.nl
Vannacht was het erg onrustig op de grote slaapzaal. Om 0.00 uur klom er nog en half dronken Spanjaard door de ramen naar binnen. Na enig getik op de ruit deden zijn maatjes graag voor hem open. Het was warm. Een poging om een raampje open te zetten werd direct teniet gedaan door een koreaanse. Vriendelijk gniffelend naar iedereen deed ze met een heel charmant hoofd knikje elk net geopend raam weer snel dicht. Toen de half dronken luidruchtige Spaanse peregrino uiteindelijk sliep konden wij ook slapen. En jawel, om 6.00 stapten de eerste pelgrims weer uit bed. Dus ook maar op. De route van vandaag heeft als naam "de Poorten van de hemel". De hemel zat vandaag in een dikke koude wolk. Voor het eerst met regenpak op pad gevolgd door twee duitse dames die in de mist niet graag alleen de route wilden volgen. Na eerst nog een pittig stukje klimmen ging het geleidelijk omlaag.
Zo langzamerhand trok de bewolking weg en verscheen er zo nu en dan een zonnetje. Inderdaad, een schitterend gebied. Vol groen, paarse hei, bloesem. We hebben rustig gelopen.
De bestemming Triacastela is een leuk klein plaatsje en vandaag hebben we een mooie kleine particuliere herberg. We slapen op een kamer met twee oude duitse dames. Die kunnen nooit zoveel lawaai maken als 45 peregrinos in één grote zaal. Althans, daar gaan we vanuit.
Overgigens is dit een belangrijke dag want mijn schoonmoeder, Ria de Lange, is jarig. 70 jaar! Ma, van harte en hiep hiep hoera!! Jullie zijn van harte uitgenodigd haar te feliciteren. delangera@zeelandnet.nl
vrijdag 30 april 2010
Van Villafranca naar O Cebreiro
Vanmorgen werden we om 5.30 wakker van onze Spaanse kamergenoten die opstonden. Zodra iedereen rond 6.15 weg was, zijn wij opgestaan en hebben we onze spullen gepakt. Om 7.00 zijn we vertrokken uit de albergue van Villafranca.
De eerste 20 km waren vrij vlak. We zijn nog ergens gestopt voor koffie met een croissant. Vlak voor we gingen klimmen, hebben we nog ergens wat gedronken. Daar zat een Duitse vrouw die bang was dat ze de nogal steile klim niet alleen zou halen. Ze vroeg of ze met ons mee mocht lopen. Dat is trouwens heel gewoon. Onderweg leer je steeds meer pelegrinos kennen en regelmatig loop je met elkaar een stukje op. Ook als ergens iets eet of drinkt, stapt er altijd wel een 'bekende' binnen met wie je dan een praatje maakt.
Het eerste deel van de klim was zwaar. 5 km voor de top hebben we uitgebreid gegeten. Je merkt dat echt veel moet eten, omdat je veel meer verbrandt dan normaal.
Na de maaltijd hebben we de laatste 5 km naar boven gelopen. Ook een zware klim, maar met genoeg brandstof was het goed te doen.
Rond 15.00 waren we boven in O Cebreiro op 1300 m. Het is hier vrij koud, ca 10 gr en mistig.
We slapen in de lokale albergue op een slaapzaal.
Ik heb last van een pees aan de voorkant van mijn linkervoet. Het is daar behoorlijk opgezollen. Straks maar koelen met ijs.
De eerste 20 km waren vrij vlak. We zijn nog ergens gestopt voor koffie met een croissant. Vlak voor we gingen klimmen, hebben we nog ergens wat gedronken. Daar zat een Duitse vrouw die bang was dat ze de nogal steile klim niet alleen zou halen. Ze vroeg of ze met ons mee mocht lopen. Dat is trouwens heel gewoon. Onderweg leer je steeds meer pelegrinos kennen en regelmatig loop je met elkaar een stukje op. Ook als ergens iets eet of drinkt, stapt er altijd wel een 'bekende' binnen met wie je dan een praatje maakt.
Het eerste deel van de klim was zwaar. 5 km voor de top hebben we uitgebreid gegeten. Je merkt dat echt veel moet eten, omdat je veel meer verbrandt dan normaal.
Na de maaltijd hebben we de laatste 5 km naar boven gelopen. Ook een zware klim, maar met genoeg brandstof was het goed te doen.
Rond 15.00 waren we boven in O Cebreiro op 1300 m. Het is hier vrij koud, ca 10 gr en mistig.
We slapen in de lokale albergue op een slaapzaal.
Ik heb last van een pees aan de voorkant van mijn linkervoet. Het is daar behoorlijk opgezollen. Straks maar koelen met ijs.
Abonneren op:
Posts (Atom)











